Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Zwanezang 26/8/2007 - 24/5/2008

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

31-8-2007            De verrijzenisverhalen

 

De bron van onze overdenkingen is en blijft: “Wat van de aanvang af bestond…wat wij (”de leerlingen”) hebben gehoord, wat wij met onze ogen hebben gezien, wat wij mochten aanschouwen en met de handen mochten betasten met betrekking tot het Woord des Levens.” (I Joh. 1), wat door de Heilige GEEST in hen  herinnerd werd en zij hebben opgetekend. “De leerlingen” werden op den derden dag na jezus’ dood en begrafenis door “de verrassing van hun leven” als het ware opgeschrikt, in feite geheime lijk wonder lijk wakker geschud. het graf is leeg; zij hebben Zijn dode lichaam niet gevonden en Hem niet gezien;  en plots verschijnt Hij als verrezene (“Het is de Heer!”) weer in hun midden. “Hij is niet hier (in het graf). Hij is verrezen.”.

ziehier de rauwe feiten, den realistischen gang van zaken, het op het eerste gezicht blijkbaar dramatisch einde van jezus. jezus werd door het sanhedrin der joden ter door veroordeeld, aan pilatus uitgeleverd en door de romeinse bezetters aan een kruis (hét kruis) geslagen. jozef van aritmatea heeft aan pilatus het dode lichaam gevraagd en het werd in bijzijn der vrouwen, die Hem op de eerste dag der week wilden balsemen, pieteitsvol in een (nieuw) graf gelegd. dié vrouwen vonden het graf leeg, spoedden zich naar petrus en de leerlingen om het hun te vertellen. ook johannes en petrus vonden het graf leeg, hebben den HEER niet gezien, zagen hun droom ingestort, waren bovendien bang voor de joden en verborgen zich achter gesloten deuren.

maar. en tóch. en zie: had Hij niet ergens raadselachtig, als “in een gelijkenis”, gezegd: “Breek deze tempel af, en in drie dagen zal Ik hem weer opbouwen.”? en inderdaad, jezus van nazareth, de zoon van jozef, den timmerman, was en is en blijft voor die van de wereld zijn een raadsel. de joden dààr en toén vroegen Hem een teken dat Zijn denken, dichten en doen zou verantwoorden, en zó doen die hiér en nù van de wereld zijn. het teken dat Hij gaf en geeft, en blijft geven is het raadsel van Zijn zijn zó als Hij is: de Gezalfde; de Zoon van den levenden GOD; GOD de ZOON een mens geworden: VISIOEN van de onverdeelde éénheid van “HEMEL” en “aarde”, dat Zich op schitterende wijze liet schouwen in de voor die van de wereld zijn onbegrijp- en onverklaarbaar zijnde onverdeelde en onverdeelbare éénheid van mens en GOD en meteen het raadsel van Zijn lijden, dood én … verrijzenis. het raadsel dat de Heilige GEEST in die Hij “al wat Ik u heb gezegd” leert en in herinnering brengt, opheldert en oplost. te beginnen met “de leerlingen”, die het allemaal als Zijn eerste ooggetuigen eerst verkondigd en dan opgetekend hebben op de wijze van geheime lijk wonder lijk en tegen elk verbod in “niet kùnnen niét spreken over”. daarna doorheen de eeuwen op grond van “het branden van het hart” onverpoosd en onverdroten overgenomen door de leerlingen van “de leerlingen”.

het was, tegen allen schijn in, niet afgelopen met jezus. het raadsel werd opgelost; de schijn bleek alleen maar schijn, die via de “verschijningen” uitgewist werd en door werkelijkheid vervangen. de verrijzenisverhalen zijn Licht gevende en meteen verlichtende/duisternis ophelderende verschijningsverhalen. in feite de apotheose van jezus’ openbaar leven, die dat openbaar leven beLicht en in zijn VOLHEID doet opklaren. jezus is “van eeuwig leven” en uit dér aard zijn Zijn woorden en daden zó. Die dood was en begraven werd, leeft. wat inhoudt: dat Hij zijn volgelingen niet als wezen achterlaat, in -zij het op een andere wijze- levenden lijve bij hen blijft…tot het einde der tijden. in levenden lijve, dit is op de wijze van: in Zijn door den Heiligen GEEST her innerd Woord (“levend water”), Zijn eucharistische bestendige aanwezigheid en Zijn volgelingen (de Kerk).

de verschijningsverhalen bevestigen op dichterlijk mystieke wijze de bewondering waardige Werkelijkheid van de Schepping, de Verlossing en de VOLtooiing van de schepping in t algemeen en die van de mensen in ’t bijzonder. De VADER SCHEPPER sprak, en het was; de ZOON VERLOSSER nam de zonden van de wereld uit de wereld weg; de Heilige GEEST VOLTOOIER VOLtooit in de mensen wat de VADER en de ZOON begonnen zijn. zij bevestigen de verrijzenis van den mensgeworden ZOON, Die, “usque ad mortem”, het (verlossend) Woord van den VADER onderrichtte en Die den Heiligen GEEST zond om Het aan de mensen te leren en hun in herinnering te brengen.

het wonder bóven wonder begint heel vroeg in den morgen (“toen het nog donker was”) met de ontdekking van de vrouwen die het graf vol hadden gezien, dat hetzelfde graaf leeg was. de verklaring ervan kwam van engelen (Matt. en Joh.), een jongeling (Marc.), twee mannen (Luc.), die als boodschappers van GOD het feit ophelderden: “Hij is niet hier, want Hij is verrezen zoals Hij gezegd had. Gaat haastig heen en zegt aan Zijn leerlingen: Hij is verrezen van de dood. En ziet, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien.” (Matt. en Marc.); “Wat zoekt gij de Levende bij de doden? Hier is Hij niet: Hij is verrezen. Herinnert u wat Hij tot u heeft gezegd toen Hij nog in Galilea was: De Mensenzoon moet in de handen van zondaars worden overgelevend en gekruisigd; maar de derde dag zal Hij verrijzen.”(Luc.); “Vrouw, waarom weent gij?” (Joh.). de HEMEL  Zelf tilt het “aards” gebeuren tot de hoogte van “HEMELS”; tot GEHEIM van GOD, Dat voor de mensen een geloofsgeheim is, de KERN van het geloof van de christenen.

johannes’ verhaal van jezus’ verschijning aan maria magdalena (Joh. 20/14-18) ziet er theologisch nuchter uit. zij ontmoet Die zij dacht de tuinman te zijn, ziet plots, op jezus’ woord “Maria!”, dat jezus vóór haar staat en wil Hem aanraken. in feite zit zij nog vast in het prepasenlijke en moet zij eroverheen geholpen worden. de betekenis van deze verschijning is precies dat jezus Zelf haar over het tastbare mens lijke heft en binnen het ontastbare GOD lijke haalt. de vergissing van haar ogen (zij meent een tuinman te zien) wordt goedgemaakt doordat zij den verrezen HEER te ZIEN krijgt (“Ik heb de Heer gezien.” / Joh. 20,18), Hij haar aangesproken heeft (“Houd Mij niet vast…, maar ga naar Mijn broeders en zeg hun: Ik stijg op naar Mijn en uw Vader, naar Mijn en uw God./17) en meteen van haar droefheid (“…bleef buiten het graf staan wenen… omdat men mijn Heer heeft weggenomen en…”) om jezus’ dood verlost wordt. dit is: zij verrijst mét Hem. zij leeft op nieuw. zij krijgt te horen dat jezus voor allen verrezen is  (“Houd Mij niet vast want ..., maar”). zij krijgt de opdracht de link met de leerlingen (die geloofden, maar de Schrift nog niet kenden, Hem nog niet hadden gezien en dus en weer naar huis waren gegaan) te leggen. de vermeende tuinman was de HEER. jezus’ verrijzenis be tekent de ommekeer van “de aarde” naar “den HEMEL”, is het geloofsgeheim bij uitstek en wordt de KERN van het geloof. het huis van de HEER (de Kerk=Kuriakon), de Vergadering (Ecclesia), is fundamenteel een op het geloofsgeheim van jezus’ verrijzenis gegrond geloofsgeheim, waarvan de “HEMELSE” glans verschijnt op de hoogte van 10 meter bóven “de aarde”, den platten grond.

lucas’ verhaal van jezus’ verschijning aan de leerlingen van emmaüs (Luc. 24/13-35) oogt poëtisch. ontgoochelden maken “als vanzelf”, als het ware op een speelse wijze, “de verrassing van hun leven” mee. weg van jeruzalem en zó als petrus en johannes naar huis terugkerend, uiten zij met elkaar over het ongelooflijk avontuur van jezus sprekend hun verdriet, want zij waren leerlingen van Hem en hadden, blijkbaar zoals zovelen  “onverstandig en traag van hart”, gehoopt “dat Hij het was die Israël zou verlossen”. zij draaien en keren het om zonder den zin ervan te vatten. enerzijds hebben de opperpriesters en oversten jezus van nazareth, “een profeet, machtig in werk en woord”, aan den dood overgeleverd, en anderzijds hadden enige vrouwen hen ontsteld door hun verhaal dat zij zijn lichaam niet hadden gevonden, zij een verschijning van engelen hadden gehad. sommigen van hen hadden dat verhaal gecontroleerd, het juist bevonden, maar hadden Hem niet gezien.  het ligt hun zwaar op de maag. en daar voegt zich plots een medereiziger bij hen, die hen vragen stelt over hun druk gesprek, den indruk geeft als enige niet eens te weten wat er dezer dagen in jeruzalem was gebeurd., en  zodoende hun verdriet nog vergroot. hun ontgoocheling is compleet. wat konden zij beter doen dan naar huis terugtekeren? in feite konden zij beter naar jeruzalem terugkeren, naar de leerlingen. en dàt legt jezus, hun probleem ophelderend, hun uit. zij waren onverstandig en traag van hart geweest, en dàt hart begint nu te branden. Die hun de Schrift verklaart, doet hen dringend vragen “bij hen te blijven, want het wordt avond en de dag is al voorbij.”. er is met die medereiziger iets aan de hand. die heeft een heel andere kijk op die gebeurtenissen en blijkt uiteindelijk jezus te zijn, Die uit den dood is opgestaan, leeft en dit bevestigt door met hen laatste avondmaalachtig het brood te breken. toen zij Hem herkenden en Hij plots uit hun gezicht verdwenen was, “stonden zij onmiddellijk op en keerden zij naar jeruzalem terug” om er alle elf met hun gezellen hun ervaring te vertellen. daar kregen zij te horen: “De Heer is waarachtig verrezen en is aan Simon verschenen.”. hoe gemakkelijk, als op wieltjes, loopt dit verhaal van jezus’ verschijnen aan kleofas en zijn metgezel. van het begin en steeds sneller naar het einde toe. jezus was een leraar (Rabbi/Rabboenie) die onderrichtte op de wijze van wat Hij te zeggen gekregen had zeggen zó als Hij het gekregen had. dat Die verscheen niet alleen toonde dat Hij leefde maar ook tijdens Zijn verschijnen onderrichtte, bevestigde dat Die verscheen dezelfde jezus was met dezelfde wonden van Zijn kruisdood. dàt onderricht was tevens de VOLTOOIING van het onderricht dat Hij tijdens zijn openbaar leven gegeven had.  Hij leert cleofas en zijn gezel en her innert in hen wat de Schrift “te beginnen met Mozes en al de profeten” over Hem had gezegd (voorspeld) en dat het nu in vervulling was gegaan.: “Moest de Christus dit alles niet lijden en zo Zijn glorie binnengaan?”. dit is: jezus’ lijden en dood fundeerde zijn verrijzenis. dàt is de KERN en meteen het kerugma waarvan “de leerlingen” op de eerste plaats moesten getuigen en dat zij verkondigden. waren de ogen van die twee eerst gesloten zodat zij Hem niet herkenden, nù gingen zij open, herkenden zij Hem en verstonden zij den zin van wat er die dagen in jeruzalem (het Laatste Avondmaal inbegrepen) was gebeurd. met als gevolg van Dien: dat het hart in hen begon te branden, zij geloofden, spoedden zich naar jeruzalem en sloten zich bij de elf aan. meteen “leert” jezus dat het vanaf dan precies zó met de leerlingen van “de leerlingen” zal gaan en lezen wij dààr ónze geschiedenis: terwille van “zó iets” ontgoocheld weggaan, door het her inneren van den Heiligen GEEST verLicht worden en verstaan, en onmiddellijk naar de door de Kerk bewaarde, onthulde en ontvouwde apostolische overlevering van de elf terugkeren. en precies dàt is het geheim van dit poëtisch verhaal.

jezus’ verschijnen aan “de leerlingen” vertoont drie fasen, door Mattheus en Macus beknopt weergegeven, door Lucas herhaald, maar door Johannes grondig verteld.

eerste fase (Joh. 20/19-23).: verschijning aan “de leerlingen”.  “In de avond van diezelfde dag, de eerste der week,…kwam Jezus binnen, plaatste Zich in hun midden en sprak: Vrede zij u! En na deze woorden toonde Hij hun zijn handen en zijde.”. bovendien vervult Hij hen van den Heiligen GEEST (“Ontvangt de Heilige Geest”) en formuleert Hij hun zending (‘Zoals de Vader Mij gezonden heb, zó zend Ik u.”). dit onderricht van jezus bevestigt theologisch de authenticiteit van het kerugma (het reële lijden en dood en verrijzenis); van jezus’ be vredigende blijvende aanwezigheid (“Vrede zij met u!”, dit is met diegenen die uit vrees voor de joden de deuren gesloten hadden); van Zijn GEEST lijk begeleiden (…kwam Jezus binnen, plaatste Zich in hun midden en”); van het wezen van de Kerk (“Zó als de Vader Mij zond, zó zend Ik u..”). Die zij hebben weten sterven (johannes zelfs onder het kruis) en begraven worden leeft niet alleen, maar verzekert hen van Zijn vrede (neemt hun angst weg), van de hulp van den Heiligen GEEST en bevestigt hun zending. zó dat hun “zich verheugen bij het zien van de Heer” voor altijd en overal VASTEN grond onder de voeten kreeg.

tweede fase (Joh. 20/24-29): het “ongeloof” van den tijdens de eerste verschijning afwezigen thomas als reactie op het verhaal van “de leerlingen” dat zij “de Heer hadden gezien”: “Zo ik in Zijn handen de wonden der nagelen niet zie en mijn vinger niet leg in de plaats van de nagelen en mijn hand niet in Zijn zijde steek, dan geloof ik het niet.”. nuchterheid in de hoogste graad als feite lijk tasten met vinger en hand. acht dagen later is thomas bij hen, zijn de deuren gesloten en staat jezus daar weer in hun midden. Hij bevestigt, óók en vooral voor thomas, het “Vrede zij u!” en wendt zich dan uitsluitend tot thomas. deze wordt “van zijn paard geslagen” en gelooft ten volle: “Mijn Heer en mijn God!”. hier onderricht jezus dat het uiteindelijk om in Hem geloven gaat, dit is Hem ongeremd en onbevangen, bevrijd vrij, opgevrolijkt vrolijk en be vredigd te vreden als verrezene herkennen en als HEER en GOD erkennen. meteen formuleert jezus den waren aard van geloven: “Niet zien en tóch geloven.”. dit is: van den platten grond overeind komen en naar de hoogte 10 meter er bóven opstijgen.

derde fase: het wonder lijk verhaal van de wonder lijke visvangst. (Joh. 21/1-14). zó als lucas’ verhaal van de leerlingen van emmaüs uniek is, is johannes’ verhaal van de wonder lijke visvangst uniek. het heeft de poëtische trekken eigen aan lucas. het is petrus (de visserapostel) die het voortouw neemt en de anderen gaan mee. zij vingen dien nacht niets. in den morgen stond er aan den oever van het meer een man, die hun om “wat vis” vroeg. zij antwoordden, een beetje kortaf (ontgoocheld, geërgerd?): “Neen.”. Hij: “Werpt het net uit rechts van de boot.”. en zij doén het en vangen 153 grote vissen. plots gaat johannes (“de leerling dien Jezus liefhad.”)  een licht op en hij zegt tot petrus: “Het is de Heer!”. dan zien zij het kolenvuur, met vis en brood. op jezus’ woord slepen zij het net aan wal, tellen 153 grote vissen en nemen ervan voor het ontbijt. zij wisten al dat het de HEER was, Die “nu de derde maal -en meteen VOL en alles verVOLLEND- aan Zijn leerlingen verscheen.”. want na het ontbijt verVOLt jezus Zijn “onderricht” door petrus als primaat van Zijn Kerk aantestellen. “onderricht”: 1) zij werden weer gewoon vissers, maar moesten leren naar jezus luisterend en op Zijn woord “het net aan de rechterkant van de boot” uittewerpen om zó doende een overvloed van vissen, beeld van mensen, te vangen, leren dat zij hun opdracht alleen met jezus verbonden konden vervullen. dit is: ànders, in de wereld, maar niet er van. 2) die op het eerste gezicht als man aan den oever oogt, wàs de verrezen jezus Zelf, “de Heer!”. en wie zag dat het eerst? “de leerling dien Jezus lief had.”, VOLUIT door Hem gedragen werd. 3) bovendien bevestigt  jezus  door “met hen te eten” op een wijze die onverbloemd naar “het laatste avondmaal” (“Jezus kwam nader, nam het brood en gaf het hun, en de vis eveneens.”) verwijst, dat Hij geen “spook” was maar de levende HEER, Die voortaan eucharistisch bij hen zal zijn “tot het einde der tijden”. 4)  “de leerlingen” zijn voortaan jezus’ Kerk (“het huis van de Heer”), “de elf” met petrus als eerste (primaat) aan het hoofd. zijn taak is duidelijk, naar jezus’ voorbeeld als “goede Herder”, geformuleerd: “Bemint gij Mij?…Weid Mijn schapen.”. en dit zal doorheen de eeuwen bij hun leerlingen (de vergadering van opvolgers) zó blijven. zó wordt in johannes’ mystiek poëtisch verhaal van “de wonder lijke visvangst” poëzie meteen hoogse theo- en ecclesiologie.

via de door de vier evangelisten opgetekende verschijningsverhalen wordt jezus van nazareth bevestigd als zó als Hij IS: op het eerste gezicht een mens (“een profeet, machtig in werk en woord”), die geleden heeft onder pontius pilatus, gestorven is en begraven, maar, en tóch, en zie: op het tweede gezicht veel meer, méér: “Hij is verrezen!”, als GOD de ZOON de op den derden dag uit den dood verrezen “Heer”. Hij verzamelde “leerlingen”, onderrichtte hen poëtisch theologisch en maakte hen tot “het huis van de Heer”, Zijn Kerk, om van Hem te getuigen en via hun leerlingen als Levende doorheen de eeuwen bij de mensen te zijn, als GOD de ZOON VERLOSSER  en met de medewerking van GOD den Heiligen GEEST VOLTOOIER “de onreine  geest in hen uittedrijven”. dit is: hen optetillen tot de hoogte van het geheim van de ware vrijheid, ware vreugde, waren vrede.

 

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005