|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Heel helder, veel helderder dan “het gezond verstand”, beseft (weet én smaakt) de gezonde geest in een mens de werkelijke en bestendige aanwezigheid van “goed” en “kwaad” in en onder de mensen. zij zijn een feit, een historisch feit. zij intrigeren het verstand-dat-wil-verstaan en zetten het aan het werk (geven het te denken) om ze te begrijpen en ermee te leven. met als besluit: “Ik begrijp dat niet.”. dit is: kan noch dàt een bepaalde mens “goed”, noch dàt dezelfde, laat staan een andere, “kwaad” doet. dit is: met filozoferen is men er nooit gekomen, komt men er niet en zal men er nooit komen. het “goede” én het “kwade” zijn het geheim van GOD, en meteen een geloofsgeheim voor de mensen.
GOD bewaart dit geheim van HEM in zijn VOLheid in het hart. maar, beminnelijk menslievend als HIJ is, heeft HIJ, eerst door “de profeten” en dan toen de volheid der tijden gekomen was, door Zijn ZOON, erover gesproken, het in de Schrift aan de mensen te beluisteren/te lezen gegeven en zó doende voor de mensen een tip ervan opgelicht. de kern van dit geheim is: er is in en onder de mensen binnen het hele geschieden van hun geschiedenis “goede geest”, die van GODS Heiligen GEEST is, en “boze geest”, die van “den bozen geest” is. geloofsgeheim, dat er is zó als het is, of zij dat geloven of niet. bovendien is het, heel ànders dan “de boze geest”,” de Heilige GEEST Die wat “goed” is doet zien en doen: doet zien wat “kwaad” is en helpt het niét te doen. “Quis ut Deus?”. geen engel en geen beest; geen mens, die noch engel noch beest is. het geheim van “goed” en kwaad” is GODS GEHEIM, en blijft het
uit dér aard is het wijs wat “goed” en “kwaad” betreft naar GOD te luisteren, de Schrift te “lezen”. van in den beginne staat er al geschreven dat de mooie (paradijs) voor de mensen gereed gemaakte en hun om hem te bewerken gegeven ”tuin” door een slang, “het sluwste onder de dieren”, is bewoond, die “de hiel bedreigt” en inderdaad adam en eva “gebeten” heeft. de OORSPRONG lijk “goede geest” in hen begaf het voor de verleiding van “den bozen geest”, werd uit het paradijs verdreven, moest om in leven te blijven “werken in het zweet zijns aanschijns” en kampen met doornen en distels. “de boze geest” heeft hen en meteen de mensen opgezadeld met “boze geest”, het “engel”-achtige in hen door dreiging van het “beest”-achige bedorven. de mens is gespleten opde wijze dat er, geheime lijk, én “goed” én “kwaad in hem is, “goede” én “boze” geest. en het is wijs daarmee rekening te houden, voor den “bozen”, in feite in de duisternis werkenden (sluwen), duivelsen, uiteenwerpenden (splijtenden), “als een brullende leeuw te keer gaanden”, geest op zijn hoede te zijn.
“Eens was er in de synagoge een man met een onreine, duivelse geest.” (Luc. 4/32). hij viel jezus met luider stemme aan: “Wel, wat hebt gij met ons te maken, Jezus van Nazareth? Zijt gij gekomen om óns in het verderf te storten?”. bekende kritiek van “onreine/boze geesten”, die jezus van in het begin te horen krijgt (“Toen zij dit hoorden, werden allen in de synagoge woedend; zij sprongen op, wierpen Hem de stad uit, voerden Hem naar de rand van de berg waarop hun stad was gebouwd om Hem naar beneden te storten.” /Luc. 4,28-29). en die zijn tegenstanders tot Hem terdoodveroorden dreef. “boze/onreine geest” is het geheim van het “kwaad”.
de “boze geest” is onrein in de VOLLE betekenis van “duivels”, die de Schrift eraan geeft en door de joden als dusdanig begrepen werd. zie hun reactie tegenover jezus: “Gij hebt een onreine geest in/ werkt met de hulp van de duivel.”. de “boze geest” is een geest van ongehoorzaamheid: “Mijn geboden niet onderhouden”, naar de bekoringen van den duivel luisteren, hem aanbidden “(Dit alles zal ik u geven zo gij neervalt en mij aanbidt.”/ Matt. 4,9). hij werpt uiteen, verstrooit wat GOD samengeworpen, verzameld, veréénd heeft. van een onreinen geest bezeten zijn betekent door den duivel (uiteenwerper, verdeler, verstrooier) bezeten zijn, een duivel inhebben, wat men doet met de hulp en in den geest van den duivel uitvoeren. het heeft plaats in den geest, “wetens en willens”, en is uit der aard in feite “een zonde tegen Gods Heiligen Geest”, waarvan de meest duivelse vorm is: het “goede” omkeren en als “kwaad” bestempelen; GOD “kwaad” toeschrijven (“Maar de slang sprak tot de rouw: Gij zult volstrekt niet sterven. maar God weet dat uw ogen zullen opengaan wanneer gij daarvan eet, en dat gij gelijk aan God zult worden door de kennis van goed en kwaad.”/Gen. 3, 4-5). dit “duivels” spreken wordt een handje geholpen doordat de inhoud van de “bekoring” voor de mensen bekoorlijk is en als aantrekkelijk ove rkomt (“Ook had de vrouw al gemerkt hoe goed die boom was om van te eten; hoe hij een lust was voor de ogen en hoe verleidelijk wanneer men inzicht wil krijgen.”/3,6). er is blijkbaar, al van in den beginne, in den mens enerzijds een neiging naar “bozen geest” (het “beest”-achtige) en anderzijds de vrijheid tot kiezen tussen den “goeden” (het “engel”-achtige), waarop GODS Heilige GEEST, en den “bozen” (het duivelse), waarop “de boze geest” inspeelt. dit feit is op zichzelf geen drama, geen ver nedering voor den mens, maar veeleer een uitdaging tot de juiste keuze en uit der aard een “verhoging”, adel die het wezen lijk verschil met de andere dingen der schepping op aarde uitmaakt, den mens tot koning van de schepping maakt.
de geest in den mens maakt hem bekwaam tot “onderscheiding der geesten”, die een gave van GODS Heiligen GEEST is. de mens is OORSPRONG lijk bekwaam den “bozen geest” van den “goeden” te onderscheiden op de wijze van een geheime lijk wonder lijk hem ingeschapen “weten” , een zich bewustzijn van (medeweten/conscientia), die de mensen als “geweten” gezien en geformuleerd hebben. dit geweten is een geschenk van zijn beminnelijk menslievenden Schepper, die hem tot onderscheiden bekwaam maakt en uit dér aard tegen de verleiding van den “bozen geest” wapent. de Schepper van den mens laat Zijn Schepping niet in den steek, maar gaat met hem mee, begeleidt hem tijdens het avontuurlijk (“gevecht met de engel”, zijn “uittocht uit zijn geboorteland naar het he beloofde, dat hij if he cares and is lucky, zij het niet zonder een ontwrichte heup eraan overtehouden, kan winnen) VOL wassen van zijn leven. dat “gevecht” is zijn geheim, de natuur lijke plaats waar de “goede geest” in hem den “bozen” overwint. en meteen zijn opdracht: den “uiteenwerper, verdeler, verstrooier” door “samenwerpen, veréénen, verzaelen (bewaren en bevorderen der OORSPRONG lijke éénheid) uitteschakelen.
de onreine geest is wezen lijk een geest van ongehoorzaamheid, die den mens tot ongehoorzaamheid aan, overtreden van GODS geboden aanzet, dit is: tot zonde. zonde is wezen lijk wetend willende ongehoorzaamheid aan GODS Wil op de wijze van gehoorzaamheid aan eigen wil (“Non serviam!”) zij is een afwijking van den door GOD geganen en uit der aard beganen Weg, en meteen van de Waarheid en het Leven. in feite een -veel erger dan de aanstekelijke lichamelijke- aanstekelijke geestelijke melaatsheid. wat de uitdrijvingen en genezingen door jezus in het VOLLE licht stelt. in feite is Hij gekomen om de zonde van de wereld uit de wereld wegtenemen, heeft Hij Zijn leven ingezet, (“usque ad mortem, mortem autem crucis”) gegeven “tot verlossing van de zonde”. tot geestelijke bevrijding, bevreugding, bevrediging.
“Maar Jezus gebood hem: Zwijg en ga van hem uit. De geest slingerde hem tussen de omstaanders en ging van hem uit zonder hem enig letsel te doen.” (35). jezus’ opdracht was en is en blijft: onreine geesten uitdrijven, geestelijk melaatsen genezen, doven, blinden, verlamden inbegrepen. dit is: naar ónze (“aardse”) wijze als GOD de ZOON “de aarde” ophemelen, den “bozen geest”, die van “den bozen geest” is, uitdrijven en den “goeden”, die van GODS Heiligen GEEST is, invoeren en bevorderen. Zijn geheim is het GEHEIM van GOD, Die “HEMLS” in den hemel is, en Dat uit dér aard voor de mensen, die op aarde zijn, een geloofsgeheim is. precies dit “zó iets” is voor den onreinen/”bozen” geest verborgen en alleen te zien door den “goeden”. precies dit verklaart den tegenstand, de weerbarstigheid en hardnekkigheid waarmee dààr en toén de joden zich tegen jezus opwierpen en velen dat hiér en nù doen, is het “grote misverstand” uit onverstand/onbegrip en traagheid van hart, die de verbazing om Zijn gezag en macht door “veraardsing” van het “HEMELSE” op het erkeerde been zetten, Hem beperken tot “zoon van de timmerman”, een mens onder de mensen, de man van nazareth. de joden konden niet verdragen dat Hij aan den lammen zegde: “Uw zonden zijn u vergeven”; sterker nog dat Hij zegde: “Wie uwer overtuigt Mij van zonde?”. dat Hij als “Gezalfde/de Mensenzoon” optrad be tekende Zijn meer zijn dan een mens, Zijn welbeminde Zoon van den VADER, Zijn GOD de ZOON zijn. wat Zijn optreden meteen op een hoger niveau dan het menselijke, zelfs dat van een profeet tilde. Zijn “uitddrijven” van onreine geesten correspondeerde met de wijze waarop Hij de bekoringen van den duivel weerstond en dien op zijn plaats zette.
de geest van jezus is “goede/Heilige geest, Die heil brengt, ”de zonden wegneemt”, Uitzicht geeft op “eeuwig leven”. dit is: mensen overeind brengt (“Neem uw bed op en wandel.”) en geestelijk tilt op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond, de hoogte van GODS GEHEIM (“Wie Mij ziet, ziet de Vader. Ik en de Vader zijn één.”), hiér en nù op aarde al de hoogte van den “HEMEL”. de woorden die Hij spreekt en de tekens die Hij doet zijn “woorden en tekens van eeuwig leven”. de “goede geest” in een mens is van jezus’ Heiligen GEEST, Die hem leert, in herinnering brengt en doet navolgen “al wat Ik u heb gezegd”. dit is: zijn leven geven “usque ad mortem, mortem autem crucis”, “zijn kruis opnemen en Mij volgen”. het geheim van den “goeden geest” is de paradox van zijn leven verliezen en het zó doende winnen; dat van den “bozen geest” is die van onverstandig en traag van hart geloven dat men zijn leven wint door het te willen winnen en het zó doende verliest.
verziekt, stort de onreine geest een mens in het verderf, de “goede” geest geneest hem, brengt hem heil. dit is: heelt hem door de OORSPRONG lijke onverdeelde éénheid van “aarde” en “HEMEL” in hem te bewaren en bevorderen, of te herstellen. hij is een geest van samenwerpen, verzamelen, en zó doende de aarde ophemelen. hij is een gave van den Heiligen GEEST, van wijsheid uit onderscheiden der geesten, met het VISIOEN bewaren en het leven kiezen als gevolg van dien. hij is “de goede grond” waarin de graankorrel “als vanzelf”, geheime lijk wonder lijk, op Uw woord, kiemt, eerst groene halm, daarna aar, en daarna aar vol rijp graan wordt. een ons verstand verbazend (Allen waren erbaasd, en”), zo niet verbijsterend, maar, en tóch, en zie wonder lijk boeiend geloofsgeheim, dat aan de mensen via “wat er geschreven staat”/”al wat Ik u heb gezegd” te lezen wordt gegeven en in die, caring and being lucky, het lezen (zich ervoor buigend zich bukken, het oprapen, roosteren en eten om ervan te leven) in al zijn glans oplicht.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
