Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Zwanezang 26/8/2007 - 24/5/2008

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

17-9-2007            Nuchter

 

Letterlijk: nog niet gegeten of gedronken hebben; fig: kalm, beraden, zich niet door opdringerige gevoelens, misleidende ideeën of wilde fantasietjes van de wijs laten brengen; bij de pinken zijn. in feite: zijn gevoelens, gedachten en verbeeldingen beheersen, onder controle en in evenwicht houden. het is een door den  VOL gewassen mens veroverde bekwaamheid, een innerlijke grondhouding, die het hem mogelijk maakt de dingen te zien zó als zij zijn en uit der aard zijn leven wijs te leiden, nuchter tegenover de zichtbare en nuchter tegenover de onzichtbare dingen gerust rustig te leven. in feite bevrijd vrij, bevreugd vrolijk en bevredigd te vreden.

de nuchtere speelt het spelletje van beroezing, dronkenschap door al te los geslagen (van himmelhoch jauchzend in zum Tode betrübt tuimelende) gevoelens, op zand gebouwde ideeën en wilde, dit is niet op feiten gebaseerde fantasietjes  niet mee, maar blijft met de voeten op aan het “goede”, het ware, het schone getoetsten vasten grond. nuchterheid is een verworvenheid van een onuiteengeworpen, in zich onverdeelden, door samenvloeien, -hangen, -lopen en -werken tot éénheid gekomen en één blijvenden geest. een geest die de onverdeeldheid der werkelijkheid-zó-als-zij-is heeft ontdekt, die beaamt, aanvaardt en.met ze meewerkt. de VOLLE werkelijkheid van: enerzijds GOD (“Ik ben Die bén”), VOLHEID van liefde die explodeert op de wijze van  Scheppen van hemel en aarde én met het hart bij ze blijven (“Ik zal er zijn voor u.”), en anderzijds Zijn Schepping. de VOLLE werkelijkheid verschijnt in het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van “HEMEL” en “aarde” (al wat zichtbaar en onzichtbaar is).

het is betrekkelijk gemakkelijk het zichtbare nuchter te benaderen omdat het als “stof” kenbaar is: uit en in enigen toeleg op hoor-, zicht- en tastbaar, meet-, bestudeer- en handelbaar. wat het onzichtbare betreft nuchter blijven is wat anders omdat het inspanning van den geest (samenwerken van gevoel, verstand en verbeelding) vereist om de waarheid optesporen en te aanvaarden. zó dat het geen mens hoeft te verwonderen dat er onder de mensen, ook al geven de gehoorde, geziene en getaste dingen “als vanzelf” tot inzicht leidende tekens af, zoveel verschillende “meningen” rondlopen. vandaar het in overvloed voorzichtig onder ons rondwalend “Ik denk dat…/misschien”), waarmee men alle kanten uitkan en in feite altijd gelijk schijnt te hebben. het geheim van den nuchteren mens is echter: zijn openheid, die hem “leert” dat het uiteindelijk niet om “ik” (subject) gaat, maar om de waarheid (object) en maakt dat hij geen moeite ermee heeft de soms duistere roerselen van zijn ik onderteschikken aan de if he cares and is lucky via de tekens helder aan hem verschijnende waarheid. op de eerste plaats de Waarheid, Die meteen het Leven is en de te gane Weg. dat betekent: in GOD, en meteen alles wat daaruit voortvloeit, geloven vereist om veilig te zijn de nuchterheid die een gave van GOD is.

gelovenden worden door zich naar hùn wijze op hùn wijze nuchter noemenden als onnuchter/dronken (“Maar anderen zeiden spottend: Zij zijn dronken van zoete wijn.”/ Ha. 2,13), naïven, wereldvreemde dromers, zo niet dommen en achterlijken gedacht en voorgesteld. zij zien wat die geloven als “zó iets” schouwen, als onzin, onmogelijk en binnen het concreet reilen en zeilen van de wereld niet ter zake, zeggen zoals vele van jezus’ leerlingen: “Wie kan nog langer naar zó iets luisteren!” en “gaan weg”. gaan niet den Weg (van de Waarheid en het Leven), maar den op grond van hùn nuchterheid uitgestippelden eigen weg. zij hebben zich een vertekend beeld van geloven eigen gemaakt en “vergeten” dat geloven een àndere nuchterheid vergt, die, bevrijd vrij van den druk van de gevoeligheidjes, ideologieën en fantasietjes der tijden en voor het schouwen van de VOLLE werkelijkheid, het VISIOEN, niets met “dronken zijn van zoete wijn” te maken heeft.

gelovenden verwerven hun nuchterheid via een door hen met medewerking van GODS “al wat Ik u heb gezegd” her innerenden Heiligen GEEST uitgevoerde uitzuivering van de als afgekloofde en door de zon gebleekte beenderen her en der verspreid liggende gevoelens, ideeën (meningen) en fantasieën (inbeeldingen).  daar de gelovende door de Waarheid is geboeid, resulteert die uitzuivering in ZIEN en KIEZEN van de Waarheid , de Wijsheid, Die de Nuchterheid Zelf is. GODS Nuchterheid, Die in de Schrift opgetekend werd.

                En God zag dat het (het licht) goed was. (Gen. 1/4+110+12+18+21+25+31);

                …wanneer gij daarvan eet, zult gij sterven. (Gen. 2/17);

…de Heer is met u; gij zijt de gezegende onder de vrouwen. (Luc. 1/28);

Vult de kruiken met water…Schep er nu uit en brengt het naar de hofmeester. (Joh. 2/7);

Zo iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het koninkrijk Gods niet aanschouwen….

Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij niet ingaan in het koninkrijk

Gods. (Joh. 3/4-5);

                Wat uit het vlees is geboren, is vlees; en wat uit de Geest is geboren, is geest. (id. 6);

                De vrouw antwoordde: Ik heb geen man. Jezus zeide haar: Dat zegt gij wél: “Ik heb geen

                               man.”. Want vijf mannen hebt gij gehad, en die gij nu hebt, is uw man niet.

                               (Joh. 4/17-18);

                Wilt gij gezond worden? (Joh. 5/6);

                Die mij gezond heeft gemaakt, heeft mij gezegd: Neem uw bed op en ga.” (Joh. 5/11);

                Toen Jezus vernam dat Johannes was gevangen genomen, vertrok hij naar Galilea.

                               (Matt. 3/4/12);

                Maar Hij ging midden door hen heen en vertrok. (Luc. 4/30);

enz., enz.

jezus Zelf zuiverde de gevoelens, ideeën en inbeeldingen van Zijn leerlingen uit tot op het bot: “Ga weg van Mij, satan…”; “Wilt ook gij soms weggaan?”; “Wie Mijn leerling wil zijn neme zijn kruis op en volge Mij.”. Zijn nuchterheid is realiteitszin (res: het ding zó als het is, in casu het Rijk GODS zó als het is) en Zijn pedagogie is gericht op het, soms hard, zonder menselijk opzicht of aanzien des persoons, openen van ogen en hart voor die realiteit. de nuchterheid van den gelovenden is realitetitszin, in feite zin voor de realiteit van de geloofsgeheimen. geloofsgeheimen zijn geen “spoken”, ook al wandelen zij op het water.

dié nuchterheid beschermt den gelovenden tegen bijgeloof; tegen “ketterijen”; tegen vertekende beelden van GOD den VADER, GOD den ZOON en GOD den Heiligen GEEST; tegen de in de wereld woorde- en dadelijk overal gepromote en verspreide en uit der aard aanstekelijke weerbarstigheid tegen geloven in ’t algemeen en het christelijk geloven in ’t bijzonder.

bijgeloof is een in de kern verborgen made, die den appel van binnen uit aanvreet en uit der aard ondeugdelijk maakt. het is “verborgen” en maakt het onderscheiden uit der aard voor den modalen mens meestal moeilijk. bijgeloof stuurt, subtiel, in het verborgene, den arglozen gelovenden op een zijpad, tussen distels en doornen. het is onkruid onder de tarwe. het doet,  in feite heime lijk, vertrouwen op duistere voorstellingen die niets met het zuiver licht van geloofsgeheimen te maken hebben en dié ondergraven, zo niet belachelijk maken. bijgeloof berust bij gebrek aan nuchterheid op warrige gevoeligheden, on-/miskennis en op vreemde, van de waarheid vervreemdende,  inbeeldingen. het blijkt verwant met, dikwijls een overblijfsel van “heidense” praktijken te zijn. het beschadigt het zuiver geloof  binnenin en meteen naar buiten uit. alleen nuchterheid kan het van zuiver geloven onderscheiden en het op een afstand houden. vandaar de noodzaak van zich te laten “onderrichten” door de in de Schrift overvloedig te vinden GEEST lijk uitgezuiverde gevoeligheden, gedachten over en de heerlijke tekens-met-TEKENwaarde, die den gelovenden in en op het spoor van de Waarheid, Die meteen het Leven en de te gane Weg is, houden.

“ketterijen” zijn door mensen geformuleerde flagrante vertekeningen van de voor de mensen in de hun door GOD naar hùn wijze op hùn wijze gevormde en te schouwen gegeven geloofsgeheimen, de in de Schrift “geschreven” (door GODS vinger in stenen platen gegrifte en uit der aard aere perennius), zuivere leer (orthodoxie). zij doken al van in den beginne op en blijven zich, als werk van mensenhanden, doorheen de tijden en tot vandaag toe handhaven. de zuivere leer echter is niet het werk van mensenhanden, maar van Zijn hand, kunstwerk van Zijn Wijsheid, Die het een genoegen vindt als Rots waarop zij het huis van hun leven kunnen bouwen onder de mensen te vertoeven. nuchter beschouwd zijn deze ketterijen afdwalingen van de Waarheid, een Uitzicht- en uit der aard uitzichtsloze doolhof, waarin die erin verzeild geraakt, hopeloos verloren loopt. de wegen in het bos van heverlee zijn zodanig aangelegd dat die erin verdwaalt niet meer weet waar hij zich bevindt en uiteindelijk constateert dat hij niet meer links of rechts, vooruit of achteruit kan gaan. hij is de kluts kwijt, wordt zich van zijn vreemde situatie verdwaald te zijn bewust en begrijpt opeens tenvolle wat verdwaald zijn betekent. als hij naar hulp uitkijkt, het geluk heeft een fietser of een jogger tegentekomen van wien hij veronderstelt dat hij den juisten weg kent,  hem ernaar vraagt en de “terechtwijzing” volgt, gaan hem de ogen geleidelijk open en weet hij weer waar hij zich bevindt. van den te volgen weg afdwalen kan en komt voor en leert een wijze les voortaan op zijn hoede te zijn en duidelijke herkenningspunten nauwkeurig in het oog te houden. hetzelfde geldt om niet geestelijk (qua gevoelens, ideeën en verbeeldingen), in t bijzonder niet GEEST lijk, van den Weg, aftedwalen. de geloofsgeheimen zijn een lees- en verstaanbare “wegenkaart”, waarop de te gane Weg duidelijk uitgestippeld staat. haar als verouderd bij de prullen gooien en in deze wispelturige, onverpoosd onverdroten naar “nieuwe” wegen zoekenden tijd onnuchter op “nieuwe”, door mensen bedachte, uitgestippelde en gepromote wegenkaarten vertrouwen, betekent zich onbsuisd in den doolhof wagen en den Weg verliezen, zijn eerstegeboorterecht voor een bord linzensoep verkwanselen, zich na een los bandig leventje gedwongen zien zijn honger met varkensvoer te stillen. concreet: op grond van zelfgemaakte of van anderen overgenomen vertekende (“aardse”) beelden van “den HEMEL” niet langer naar “zó iets” als de in het credo gearticuleerde grote geloofsgeheimen luisteren, niet langer erin geloven, weg- en mteen andere, eigen wegen gaan. waarvan de feiten hiér en nù legio zijn.

de in feite irreële gevoeligheden, ideologieën en fantasieën eigen aan een gesaeculariseerde wereld puilen uit van vertekende beelden van de VOLLE realiteit:  GOD, Die “de HEMEL” is; de schepping als werk van Zijn handen, Zijn Schepping, “de aarde” is;  die verbondenheid van “de aarde” met “den HEMEL” op de wijze van Verbond. het is de mensen gegeven die VOLLE realiteit via waarneem- en verstaanbare tekens ervan aftelezen uit de dingen der schepping en “wat er geschreven staat”. de nuchtere, hoe verbaasd en eventueel verbijsterd ook, is en blijft door die tekens geboeid en doet de moeite zich een lees meester aanteschaffen Die hem die in de dingen en in de Schrift verborgen tekens niet alleen leert lezen, maar Die ze ook calligrafisch “geschreven” heeft en dus wel weet waarover het gaat. naar wie anders zou hij gaan om niet door door onkundigen (geestelijke analfabeten) ontworpen en uit der aard vertekende tekens/beelden bedrogen te worden? de lees les/het onderricht van den lees/leer meester heldert de juiste tekens/GODSbeelden op en leert hem ze van vertekende tekens/afgodsbeelden onderscheiden. dit is: als waarachtig, GOD én mens waardig, en uit der aard waardevol op GROND van luisteren naar “Maar Ik zeg u…” en niet naar “Men heeft u gezegd…”.

naarmate onder de mensen wereldwijd de kennis der zichtbare dingen op grond van wetenschappelijk onderzoek  en meteen op grond van de technische toepassing van die kennis het maakvermogen in snel tempo groeiden en naar hùn wijze op hùn wijze verbazende, soms verbijsterende en onvermijdelijk boeiende toren van babel achtige (als tot in den hemel reikende ingebeelde en nagestreefde) resultaten schiepen, blijkt de aandacht voor de onzichtbare te slinken en zelfs te verduisteren. want de onzichtbare (“deze”, GODS) dingen blijken en zijn door louter menselijke bekwaamheden niet te bereiken, laat staan te vatten, omtevormen en voor het dagdagelijks reilen en zeilen van de wereld niet te gebruiken. in dien zin zijn zij “onnut” (“Het vlees is van geen nut.”). daar velen den zin daarvoor verloren (verkwanseld) hebben en uit dér aard voor het wezen lijk ànders, van een ànder “nut” zijn ervan doof, blind en verlamd geworden zijn, wordt de éne taal van de bouwlieden in vele uiteengeworpen en valt hun zwoegen uiteen in een in een wirwar van onderling tegenstrijdige ideeën en elkaar bevechtende toepassingen ervan. daar waar het luisteren naar de geloofsgeheimen de OORSPRONG lijke éénheid bewaart en bevordert en hen verzamelt om eendrachtig de waarheid wetenschappelijk getrouw te zijn en meteen, samenvloeiend, -hangend en –lopend aan het vorm geven van den tuin te werken. geloven redt, maakt vrij van misvattingen en -gebruik en voor lichame- en geestelijk heil. want geloven be Licht de waarachtigheid, GOD en menswaardigheid en waarde van al dat leeft, van de mensen in ’t bijzonder.  geloven is de VASTE grond voor juist voelen, denken over en ver beelden, die de conditio sine qua non voor orde die den chaos opruimt zijn en ware, levenslustig levende vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid scheppen, bevorderen en in stand houden.

wie is dan nuchter en  wie “dronken van zoete wijn”?  wie spreekt een taal die lééft en “die elke mens in zijn eigen taal kan verstaan” en wie een den mens vreemde, dode? wie ordent en wie brengt chaos? wie brengt heil en wie stort in het verderf? rhetorische (welsprekende) vragen, die geen rhetorische (hoogdravende) antwoorden verdragen.


<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005