|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Staat geschreven in een van sint-paulus’ brieven.
doornen zijn een realiteit. even reëel is dat zij prikken en mensen en dieren niet vrij zijn van door ze, “tot bloedens toe”, geprikt te worden als zij niet oppassen. geprikt worden is onaangenaam, zeker als de doorn afbreekt en de punt ervan in het vlees blijft zitten, blijft pijn doen als men op die plaats duwt en eventueel ontsteking veroorzaakt. uit der aard wordt de doorn best verwijderd en laten de mensen dat ook doen. het klinkt allemaal banaal. maar, en tóch, en zie: voor die naderen om scherper toetekijken geeft deze realiteit een teken af en wordt het zó als voor sint-paulus een beeld van. plots springen die woorden open, krijgen zij geestelijk een onbeperkte betekenis en laten zij die ook in den dichterlijk aangelegden, schouwenden mens oplichten. de “stof” lijke dingen (res) zijn wezen lijk dichterlijk, geven geheime lijk wonder lijk “geest” lijke tekens af, worden beeld van, en “onderrichten” de mensen uit dér aard op de poëtische wijze van geestelijke dingen ver beelden. déze realiteit tilt de mensen bóven de “stof” en “toont” hun heerlijke “geest” lijke verhevenheid, die zich in voelen, denken over, tekens zien én ver beelden uit. zij opent hun ogen voor “het vreemde schouwspel van een brandend en tóch niet opbrandend braambos” dat de schepping uit haar aard van Schepping zijn is. opent de ogen, doet naderen om scherper te kijken, en…de STEM te horen Die eruit opklinkt. wat niet alleen mozes, maar ook sint-paulus overkwam en nog steeds velen overkomt.
wij hebben het gissen naar wat sint-paulus “precies” bedoelde toen hij dat schreef. zeker is dat hij dat niet “letter” lijk bedoelde. “het vlees” heeft in de Schrift de betekenis van “mens”, van die wel op GOD (“Ons”) gelijkt, maar niet aan GOD gelijk is: on volmaakt, lichaam- en geestelijk kwetsbaar en in feite gekwetst. sint-paulus wist dat hij een mens was, kwetsbaar en gekwetst, op de een of andere wijze “gehandicapt”. wat hij in allen deemoed aanvaardde en dat mede maakte dat hij zich helemaal aan GOD toevertrouwde (“Zijn genade is mij genoeg. Ik kan alles in Degene Die mij versterkt.”). het is de deemoed van de heilige: “Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij.”. zó dat “een doorn in het vlees”, wat het ook moge geweest zijn, bv. zijn slecht zien, hem niet hinderde, maar vreemd genoeg hem geestelijk zuiverde, nuchter samen hielt en met hem meewerkte. en precies dàt is het geheim van “een doorn in het vlees”: goed begrepen “onderricht” hij, bewerkt uitzuivering, bevordert samenvloeien, -hangen, -lopen en -werken van “stof” en “geest”, van “aarde” en “HEMEL” op de geheime lijk wonder lijke wijze van “van zijn paard slaan” en tot om keren, dit is van het eerste gezicht naar het tweede brengen.
de ervaring van “een doorn in het vlees” maakt een mens bewust van “het vlees is zwak”. goed begrepen breekt zij het geknakte riet niet maar brengt het weer overeind, dooft zij de walmende pit niet uit maar wakkert ze tot vlam aan. haar natuur lijke plaats is die van de paradox, waar schijn als schijn ontmakerd wordt en realiteit als realitiet te zien is, gezien kan worden en wordt. uit dér aard is “een doorn in het vlees”/”het vlees is zwak”, laten wij zeggen “la condition humaine”, geen zinloze gril van een dictator die er plezier in vindt zijn onderdanen op de knieën te dwingen, te ver nederen, maar een bewust constructieve pedagogie die OP voedt, OP trekt en UIT leidt. de doorn in het vlees houdt een mens op zijn natuur lijke plaats, nodigt hem manu fortis maar tevens manu dulcis uit “zich niet te verheffen”, want precies zich eigenzinnig en -machtig verheffen is oorzaak ervan dat hij vernederd wordt. waarvan de historische feiten legio zijn en ons een wijze les leren.
het geheim van den nuchteren mens is zijn zó als sint-paulis ontdekken, aanvaarden en vrij en vrolijk en te vreden respecteren van het geheim van “een doorn in het vlees”. zij halen hem niet neer (“doen hem niet in het zand bijten”), maar brengen hem uit het stof (de “stof”) overeind en verheffen hem GEEST lijk geest lijk ver er bóven. lichamelijke én geestelijke “zwakheid” brengen hem tot “knielen”: niettegenstaande, her- en erkennen van GODS beminnelijke menslievendheid die lijden en kruis verhogen tot verrijzenis. waarvan het in het geschieden van onze algemene én persoonlijke geschiedenis onmiskenbaar en door ons helder te “lezen” TEKEN het op het eerste gezicht vreemde verhaal van jezus CHRISTUS is. Zijn lijden en dood waren Hem “een doorn in het vlees” (“En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.”). maar doordat Hij deze vernedering (nederdaling uit den hemel en de gedaante van een slaaf aannemen) “zonder morren” aanvaard heeft (“Niet Mijn wil geschiede, maar de Uwe.”), “heeft God Hem verheven” en heeft Hij meteen voor óns een tip opgelicht van het geheim van “een doorn in het vlees”. Zijn gehoorzaamheid usque ad mortem heeft voor altijd en overal de zonde van (eigenzinnige, weerbarstige en ongehoorzame) weigering van lijden en sterven weggenonnen en met Zijn hulp de mensen geholpen ze uit zichzelf wegtenemen.
precies dàt heeft sint-paulus, zij het hardhandig, ondervonden, begrepen en als het ware toegejuicht (“Ik zal alleen roemen op het kruis van Christus.”). precies zó doende bleek hij “een uitverkorene” te zijn en werd hij, wat uit enerzijds wat lucas over hem opgetekend heeft en anderszijds zijn brieven blijkt, een schitterend voorbeeld voor allen die hem dààr en toén én hiér en nù hebben mogen leren kennen. een “alter Christus”.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
