|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Het in het boek van den profeet jeremias ingenomen stand- en uitgangspunt is het woord van JAHWEH:
“Voordat Ik u in de moederschoot vormde, kende Ik u;
eer gij geboren werdt, heiligde Ik u, en Ik bestemde u
tot profeet voor de volken.” (Jer. 1/5-6).
GOD kende den mens jeremias omdat Hij hem bedacht, ontwierp en maakte van in den beginne, nog vóór hij in den moederschoot gevormd werd. bijbels verwoord geheim van het ont- en bestaan van een mens in ’t bijzonder en alle mensen samen: “de klei/stof van de aarde genomen” is vooraf “geest” lijk gedacht, en uit dér aard is een mens wezen lijk heri, hodie et in saecula saeculorum onverdeelbare éénheid van “aarde” en “HEMEL”, geheiligd. GEHEIM van GOD, Die in den hemel is, en te zelfder tijd geloofsgeheim van de mensen, die op aarde zijn. bovendien heeft JAHWEH jeremias geroepen en gezonden om Zijn profeet te zijn. jeremias bestond, bestaat en blijft bestaan als opdracht: “Gij moet overal heengaan waar Ik u zend en alles verkondigen wat Ik u opleg…is de Godsspraak van Jahweh” (7).
de bijbelse mens, de profeet in ’t bijzonder, “vreest” JAHWEH als de Heer, de Ongenaakbare, de Allerhoogste, voelt zich klein, “bedekt zijn aangezicht”, is tot “zwijgen” geneigd en weet zich als het op spreken, laat staan verkondigen aankomt, “maar een kind”: “Ik zeide: Ach, Jahweh, mijn Heer, zie, ik kan nog niet spreken, ik ben maar een kind!” (6). hoe kan een kind, nuchter beschouwd, GOD verkondigen! dat weet de nuchtere profeet, en wisten alle profeten, ook. ervaren zij, mens lijk en bovendien als mens met onreine lippen, niet dat over GOD spreken onbegonnen werk is en het toch willen doen van een onverantwoorde pretentie zou getuigen? vandaar hun intellectueel eerlijke terughoudendheid, ja zelfs hun begrijpelijke vlucht. het thema “GOD” is blijkbaar van in den beginne een waagstuk geweest en blijkt dat ook nu hiér en nù geloven in GOD wegdeemstert hiér en nù meer dan ooit te zijn. zich “maar een kind weten” pleit voor een mens. maar, en tóch, en zie: op de hoogte van geloven veràndert op het woord van GOD/op Uw woord de “vrees” van gedaante: “Maar Jahweh sprak tot mij: Zeg niet ‘Ik ben maar een kind!…Wees voor niemand bevreesd, want Ik ben met u en zal u beschermen…Toen strekte Jahweh de hand naar mij uit, raakte mijn mond aan en sprak tot mij: Zie, Ik leg u Mijn woorden in de mond!"”(7-9).
dàt is een historisch, ons verbazend zo niet verbijsterend maar tóch bijzonder boeiend feit: GOD openbaart Zich aan de mensen door het spreken van mensen over wie Hij de hand uitstrekt, wier mond Hij aanraakt (de lippen ervan reinigt) en (op de wijze van her inneren door GODS Heiligen GEEST van “al wat Ik u heb gezegd”) Zijn woorden doet spreken. met als gevolg van dien: dat het kunnen van die mensen GODS kunnen is, hun waarheid GODS Waarheid, hun pretentie GODS pretentie, hun vrijmoedigheid (sint-paulus’ “te pas en te onpas”) GODS vrijmoedigheid, hun macht GODS volmacht. zij leren naar het voorbeeld van jezus, Die geen aanzien des persoons kende, voor niemand bevreesd te zijn noch aan zichzelf te twijfelen. profeet is hij die naar GOD luistert en de woorden spreekt die GOD/de Heilige GEEST hem in den mond legt, in spireert. óók vandaag, al klinkt het als “zó iets” en roept het als “zó iets” weerstanden, ja afkeer op omdat het niet gezien kan maar geloofd moet worden.
dat de woorden van de profeten “Godsspraak van Jahweh” zijn is door GODS vinger in stenen platen gegrift en “staat -in de Schrift aere perennius- geschreven”. het is de enige geheime lijk wonder lijk “in-gelijkenissen-uit-gelijkenis-sprekende” taal, die beluister- en verstaanbaar wordt voor dichterlijken en uit der aard schouwenden. meer dan ooit geldt hier het woord van sint-paulus: “De letter doodt; de geest maakt levend.”. de “goede” geest, die van GODS Heiligen GEEST is, ziet den in de Schrift geopenden hemel open. wat de profeten van vandaag over de hele wereld volmachtig in opdracht te zeggen krijgen en zeggen staat in door de dingen (gelijkenis) gedragen gelijkenissen “tussen de regels” op, “aan den achterkant” van, “als watermerk” in het blad en vergt uit der aard een speciale leesvaardigheid, die de rijpe vrucht van “lezen” is, van zó als rut “zich buigen voor, zich bukken en oprapen, roosteren en eten om er van te leven”. dan blijkt “het kind” dingen te zeggen die rationeel liberale individualisten verbijsteren, het hoofd doen schudden, zeggen: “Wie kan nog langer naar zó iets luisteren!”, en …weggaan. de verklaring ervan is niet dat de dingen met den tijd hun dichterlijkheid zouden verloren hebben, maar dat zij zelf met beide voeten, het hart en de verbeelding op den (platten) grond hun dichterlijk zien voor abstraherend/experimenterend redeneren hebben prijsgegeven, en meteen het geheim. met als gevolg van dien: dat zij “de levende taal” van al dat leeft, laat staan van “de Galileeërs”, niet langer verstaan.
inderdaad. zó als de taal van “de profeten” en “de leerlingen” in de Schrift geheime lijk wonder lijk levende taal (“levend water”) is, zó is de taal van de profeten en de leerligen van “de leerlingen” hiér en nù “levend water” uit de BRON, die alleen ten VOLLE begrepen wordt uit en in her innering door den Heiligen GEEST, Die ze in spireerde. Die “Zijn hand naar hen uitstrekte, hun de lippen reinigde en hen laat verkondigen wat Hij hun oplegt.”. dat zij “maar een kind zijn en nog niet uit zichzelf kunnen spreken” is niet langer een “zwakheid van het vlees”, maar door den GEEST, “Die Heer is en het leven geeft”, hun sterkte geworden. GODS GEHEIM, hùn geloofsgeheim.
jeremias is, zó als “de profeten” en “de leerlingen”, de stevige onderbouw van, de Rots waarop de dichterlijken en mystici, in het midden van het veld in de diepte van den hemel schouwend, in deze wereld het huis van hun verkondiging bouwen. hij staat aan hun zijde en zij aan de zijne. en deze bewondering waardige uitwisseling, deze intertextualiteit, staat garant voor de waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde van wat zij zeggen/schrijven. het zijn in steen gebeitelde “woorden van eeuwig leven”, die uit den mond van kinderen komen en die de stenen zullen spreken als men die kinderen niet laat geboren worden of hun het zwijgen oplegt.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
