|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Hoogbejaard, en meteen verhoogd, is een mens bekwaam om het bestaan van wat bestaat en zijn bestaan eruit, erin en ermee te overschouwen. uit op de hoogte zijn van van op de hoogte zijn leven te zien als, uiteindelijk, aar vol langzaam gerijpt rijp graan. voor wie, caring and being lucky, een VOLheid uit en in Zijn VOLHEID, nuchter beschouwd een tegen het Licht van GODS volmaaktheid gehouden naar zijn wijze op zijn wijze onvolmaakte volmaaktheid, niet alles, maar genoeg.
een mens kent als wezen lijk a man for all seasons, hoe dan ook in versneld of vertraagd tempo, lente, zomer, herfst en winter, heerlijke aan de mensen als tekens van hun bestaan op aarde gegeven en uit der aard geheime lijk wonder lijk nauw met hen verbonden natuurverschijnselen. hij wordt stap na stap en voetje voor voetje “vervuld” van zichtbare en onzichtbare dingen, en als de tijd gekomen is loopt hij zó als een appelboom zijn appelen en daarna zijn blaren verliest, stuk voor stuk “leeg” ervan. het is te horen, te zien en te tasten, het “moeten” meemaken kan het hart, het verstand neer drukken, maar de tot zien der tekens in de dingen bekwaam gemaakte en geoefende verbeelding ziet achter de naaktheid van den winter het vers verschijnen van de lente.
oud worden betekent door de wijsheid van de realiteit geleerd en gelouterd nuchter vertragen, loslaten, wannen (het koren van het kaf scheiden), in den smeltkroes goud van sintels ontdoen, in groeiende mate beseffen (weten én smaken) waar het uiteindelijk uiteinde lijk om gaat: de essentie, den grond. het geschieden van de geschiedenis, ook de eigen, het reilen en zeilen van de wereld, ook van het eigen leven, schouwend overschouwend, laat de eens zo gehaaste mens, meer dan nood gedwongen, bewust vallen “wat valt”, voorbijgaan “wat voorbijgaat”, “rust hij peinzend (schouwend overschouwend) op het watervlak/ en wenscht niet meer…”.
het verhaal van van eedens waterlelie is het verhaal van die rijzend uit donker-koelen vijvergrond het licht vindt waarin hij zijn kroon wit en stil kan uitplooien en het gouden hart in het Licht van de Zon ontsluiten. dit is: bóven het aan den platten grond eigen mengelmoes van “goed” en “kwaad” stijgen naar en zich vestigen op den GROND, Die “de grond van alles” is: GODS eerstigheid, BEGIN én UITEINDE, en meteen de Scheppende, Bevrijdende en Voltooiende Kracht van een mens. dit proces heeft plaats op de wijze van zich langzaam los maken van de betovering van de dingen van beneden en zich laten grijpen door de dingen die van bóven zijn, “quaerere quae sursum sunt”. in feite: “cupere dissolvi et esse cum Christo”. deze woorden van sint-paulus zijn niet de articulatie van zijn (geestelijke) vlucht uit de gevangenis, maar als “woorden van eeuwig leven” van zijn Opgang naar den GROND en be tekenen zijn onbevangen en ongeremde keuze voor “de GROND van alles, zijn bestaan op aarde inbegrepen”. betekenen zijn Inzicht in het licht van het LICHT dat UITEINDE lijk “door Christus gegrepen” in het VISIOEN van het eeuwig leven (“esse cum Christo”) als VOLheid uit en in Zijn VOLHEID geloven en HET kiezen (niet prijsgeven) een mens ten VOLLE bevrijdt, bevreugdt en be vredigt.
dàt is de verhoging die den hoogbejaarden “in zijn laatste dagen” beminnelijk menslievend wordt aangeboden en die hij if he cares and is lucky “kiest”. dit is: door het LICHT verhelderd helder wetens en door de KRACHT gedragen onbevangen en ongeremd willens door het Uitzicht-op be vredigd tot rust gekomen onvoorwaardelijk aanvaardt. “’t Is avond, en ’t is rustens recht.”. het recht van “in vrede rusten”.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
