|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Mensen, die op aarde zijn, kunnen er niet naast kijken dat de ons omringende dingen ons vóór én aan de voeten liggen. maar, en tóch, en zie: blijkbaar ontgaat het velen dat zij gelegd zijn en bovendien ons aan de handen toevertrouwd om ze uit en in opdracht van die ze legde en toevertrouwde, in feite van Die ze als Schepper schiep en ze als Stichter van het Verbond binnen dit Verbond plaatste, bewarend te bewerken. geloofsgeheim én fundament voor den juisten kijk op dit vóór en aan de voeten gelegd en aan de handen toevertrouwd zijn. fundament voor en uitgangspunt van horen, zien en tasten, voelen, denken over en de tekens die zij afgeven zien en ver beelden. fundament voor en uitgangspunt van het verwerven en laten VOL wassen van voor een vruchtbaar leven (“aar vol gerijpt graan voor de oogst”) noodzakelijke wijsheid.
zó zijn water en wijn ons overvloedig vóór en aan de voeten gelegd en aan de handen toevertrouwd om ze zó als zij OORSPRONG lijk zijn bewarend te bewerken. de “gebruiksaanwijzing” voor dit bewaren en bewerken, de “wet” van hun natuur, staat in die dingen zélf geschreven en vergt van de mensen onderwerping uit luisterbereid- en gehoorzzamheid. men kan dit onachtzaam over het hoofd zien, erger nog weigeren zich eraan te onderwerpen en zich van ze meester maken, met ze doen wat men wil. en het gebeurt, met alle nare gevolgen van dien. tóch zijn en blijven luisterbereid- en de daarmee verbonden gehoorzaamheid voor den men en zijn medemensen de conditio sine qua non niet alleen voor het VOLtooien van hun omgeving (de schepping), maar ook voor het VOLtooien van hun eigen leven. en dàt leren hen de dingen, leren hen water en wijn zélf. “als vanzelf”, als Schepping en Verbond lijk hun vóór en aan de voeten gelegd en aan de handen toevertrouwd zijn. zij zijn niet alleen “nuttig” doordat zij stoflijke noden lenigen en de gezondheid van het lichaam bevorderen, maar ook doordat zij “onderrichten”, den geest te voelen, denken over en verbeelden geven. uit der aard getuigt het van “goeden” geest ze als in se vreemd schouwspel van “een brandend en toch niet opbrandend braambos” te bewonderen, te respecteren en ze als “nuttig” goed te gebruiken…”opdat niets of niemand verloren zou gaan”.
water en wijn horen samen op de wijze dat met voedzame stoffen geladen water in sappen verandert, die de druiven sappig en het winnen van wijn mogelijk maken. ze bewerken betekent als goede wijngaardenier dien natuurlijken band niet verbreken maar met zorg (care) verstevigen, ze niet uiteenwerpen maar intens aandachtig, met het hart bij ze, ze bijeen houden, verzamelen. de mens wordt der Dritte im Bund, die ze samenbrengt, begeleidt en leidt en met de ervaring van een trouwen beheerder voor ze zorgt. een zorg die, meer dan op gewin uit, een teken is van medemenselijkheid én ten slotte van vrij en vrolijke gehoorzaamheid aan het “aan de handen toevertrouwd”. en meteen be tekent zorg voor de schepping verkondiging van GODS glorie, die doorheen het geschieden van hun geschiedenis het fundament van vrede onder de mensen was, is en blijft.
gehoorzaamheid verrijkt en vergroot, ja verméért de waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde van den mens en meteen den rijkdom van water en wijn en van alle dingen rondom ons. ongehoorzaamheid integendeel vertaalt zich in eigenwijs en eigenmachtig tiraniek zich van ze meester maken (“Verover de aarde!”) op de wijze van verspillen, verloederen, mis gebruiken van water, van verspillen, verloederen, mis gebruiken van wijn. verspillen is een teken van overmoed, onbegrip en los bandige fantasie. van ondoordacht en moedwillig “spelen met”, dat in wezen verspelen is en uiteindelijk leidt tot ontbreken van en gebrek aan. een dergelijke (geestes)houding gaat rechtstreeks in tegen den geest der Schepping, tegen de opdracht de dingen bewarend te bewerken. en zó verloederen: water vergiftigen, wijn laten verzuren of tegen den natuur lijken gang van zaken in “ver wateren”. zó staat het omgaan met water en wijn als prototype voor het omgaan met de dingen van beneden: prototype van “goeden” geest, die ze verzamelt (opbouwt, bevordert); prototype van “bozen” geest, die ze uiteenwerpt (afbreekt, vernielt).
dit alles geldt ook voor de taal. ook de taal (mogen kunnen spreken/schrijven) is de mensen vóór en aan de voeten gelegd en aan de handen toevertrouwd. zij is wezen lijk naam geving aan de dingen. zó dat luisterbereidheid naar en gehoorzaamheid aan de “taal” der dingen de waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde van de taal funderen en bevorderen (verrijken, vergroten, vermééren); ongehoorzaamheid aan ze leidt tot verloedering van het woord. toen jezus water in wijn veranderde, lenigde Hij niet alleen in het teken van “al goed doende rondgaan” een menselijken nood, maar gaf Hij ook een signaal van dàt en hoé de mens uit en in de opdracht van “aan de handen toevertrouwd” wat de dingen én het woord betreft water in wijn moet veranderen. het woord wordt wijn als het waar is, de dingen noemt zó als zij zijn: OORSPRONG lijk “goed”, en meteen als splendor veritatis schoon. woorden verspillen, verloederen en mis gebruiken gaat rechtstreeks in tegen de de dingen ingeschapen waarheid, die hun waardigheid en waarde laat stralen; resulteert in “wijn in water veranderen”.
de band tussen de dingen (res/realiteit) en de woorden ervoor is een in het Verbond tussen den Schepper en Zijn S/schepping geGROND verbond, en uit dér aard “heilige grond”. en die dit beseffen doen de schoeisels uit. wie hiér en nù, in een tijd van ongebreideld woordgebruik, de gebruikte woorden intens aandachtig bekijkt, stelt vast dat enerzijds met de waarheid een loopje wordt genomen, een spelletje gespeeld, en uit der aard anderzijds met de woorden. wie kan nog uitmaken welke lading zij dekken, welke waarheid zij een vorm geven? de slogan: “Elk zijn waarheid!” vertaalt zich in het uiteenwerpen van de woorden in een wirwar van betekenissen, die tot een wirwar van interpretaties aanleiding geeft en gedekt wordt door den term pluralisme. wat betekent nog gewoon “ons land, ons volk, onze taal, ons belang, ons recht, onze droom enz” voor mensen die door allerlei wijzen van horen, zien en tasten, allerlei gevoeligheden, ideeën en fantasietjes uiteengeworpen zijn en in feite niet meer weten wat zij zeggen als zijn liefde, vrijheid, openheid, verdraagzaamheid, cultuur, godsdienst,, waarden, opvoeding, recht,, rechtvardigheid, eerlijkheid, gelijkheid, broederlijkheid zeggen? de doorheen de eeuwen en in het zweet des aanschijns feitelijk verworven en woord lijk verwoorde gecultiveerde tuin is geleidelijk en in het verborgene een in de taalverwarring weerspiegelde akker vol doornen en distels, een door onkruid overwoekerd tarweveld geworden. “Words, words, words!”, zei shakespseare bij monde van hamlet toen al.
een woord is zichzelf, zó als het is, als het onverdeeld verbonden is met het ding zó als het is. in feite met het door het ding afgegeven teken in het ding., dat gelijkenis schept. tussen den morgen van een dag en het prille begin van een leven. met als gevolg van dien: dat spreken/schrijven in feite “spreken-in-gelijkenissen-uit-gelijkenis” is. de het ding noemende letter is verrijkt, vergroot, verméérd met het teken in het ding “suggererenden” geest. “suggererend”, want in de letter verborgen. zó dat elk VOL spreken/schrijven dubbel zinnig is: “stof” lijk én “geest” lijk. ja, geestig, en uit der aard, water in wijn veranderend, den geest rakend, treffend, boeiend. wat wij, if we care and are lucky, kunnen horen, zien en tasten in het spreken/schrijven van dichterlijk dichtenden, van schouwenden, en bóven dien in wat “de profeten” en “de leerlingen” optekenden.
verspilde, verloederde, mis gebruikte woorden verduisteren het geheim, werpen het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van “aarde” en “HEMEL”, “stof” en “geest/GEEST” uiteen en halen den mens naar beneden, vernederen hem tot “op de buik in het stof kruipen”. verloederen het bewarend bewerken van den tuin en zijn een aanfluiting ervan. met al de nare gevolgen van dien: leugen, bedrog, mis leiding, mis vorming, verkrachting van de menselijke waardigheid, met on vrede, tirannie, terrorisme, oorlog enz. enz als gevolg. de redding ligt in respect voor uit en in luisterbereidheid naar en gehoorzaamheid aan de dingen gevormde (gearticuleerde) gevoelsmatig, intellectueel en de tekens ver beeldend eerlijke woorden, die het volk OP voeden, OP trekken en in de richting van met Uitzicht-op verrijkte Inzichten-in UIT leiden. met het hart erbij, eerlijk intellectueel en tekens afgevend geuite woorden, die uit dér aard het multum verkiezen boven het multa, deemoed (dienstbaarheid) boven hoogmoed (zelfverheerlijking), de waarheid boven al wat vals is.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
