Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Zwanezang 26/8/2007 - 24/5/2008

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

12-11-2007          Zwerfvuil

 

is een mooi vlaams woord voor een lelijk ding. wij hadden al: zwerver/ster (nomade), zwerftocht, zwerfkat, zwerfvogel, zwerfkinderen zelfs, zwerfziek enz, en hebben nu, door analogie, zwerfvuil. en wie weet wat er nog allemaal in onze woorden schat te voorschijn zal komen?

deze woorden hebben zwerven gemeen: geen huis, geen thuis (gevonden/gekregen) hebben, niet honkvast zijn en wat er als positief daaraan verbonden is, missen. zwerfvuil betekent dus: vuil/afval dat geen thuis gevonden, liever gekregen heeft, als afgekloven knoken her en der verspreid ligt en de aarde, het natuur lijk milieu der mensen die er op zijn, be vuilt, bezoedelt, onaangenaam maakt en uit der aard “stoort”, zo niet beschadigt. het woord vuil is niet vuil/vies, maar wel de dingen waarnaar het verwijst: de omgeving, de voeten, de handen, het gezicht, en meteen het door de tekens in die dingen ver beeld voelen, denken, verbeelden, praten en doen. “een vuilerik/vuilprater”, “Hij gaat er nogal met vuile voeten door.”, “Les mains sales”, “Sale flamand” enz. de enen zijn uit hun aard, “als vanzelf”, instinctief, van binnen uit (uit zichzelf) vies van vies, hebben een hekel aan vuilnis en be-/vervuiling. vatbaar voor, geboeid door en en blij om schoonheid, hebben zij een afkeer voor al wat “stof” én “geest” lijk lelijk is. anderen hebben blijkbaar geen aandacht voor vuilnis en bevuiling, zien ze niet.  nog anderen vinden in bevuilen (zie vandalisme, bekladden van muren en huizen) een genoegen en gaan er maar, liefst in de duisternis, op los. hoe dan ook, een mens hoeft maar de deur uittegaan om tegen wil en dank geconfronteerd te worden met zwerfvuil aan den kant van zijn straat en eender welke straat, de autowegen inbegrepen. het maakt er het “landschap” niet schoner/mooier bij.

erger is dat hij maar de media hoeft te openen om, zonder mogelijkheid van verweer en alleen tot verdrietig “ hoofdschudden” beperkt, op geestelijk zwerfvuil te botsen.  geestelijk zwerfvuil verloedert naar zijn wijze op zijn wijze, in het verborgene, in de duisternis, het landschap van de ziel. dat blijkt uit den overal aangehangen en uitgedrukten slagzin: “De anderen doen het ook.”. geestelijk zwerfvuil tast de ingeschapen fijngevoeligheid, de ingeschapen intellectuele eerlijkheid, het ons ingeschapen (dichterlijk) vermogen van de verbeelding de ons opvoedende tekens, de ons OP heffende tekens-met-TEKENwaarde te zien aan, bederft ze tot haat/wraakgevoelens, de waarheid onderdrukkende ideologieën, vunzige fantasietjes. en besmet meteen de argeloze onbevangen, kinderlijke openheid voor al wat waar, goed en schoon is. het haalt den mens naar beneden,  ver nedert hem, overvalt hem, takelt hem lelijk toe en berooft hem van zijn OORSPRONG lijke waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde.

uit en in het besef dat “dit niet kàn” hebben de volksvertegenwoordigers hun toevlucht genomen tot  uitdenken, voorleggen en stemmen van “wetten” en heeft de politie de opdracht gekregen met dreiging van sancties (politiebevel) erover te waken dat die wetten “onderhouden” zouden worden. maatregelen van buiten af, die soms al zelfs overdag (in volle licht) , maar die vooral ’s nachts (in volle duisternis) een slag in de lucht/in het water blijken te zijn. het schijnt dat de mensen niet graag door de wetgevende macht “gecommandeerd”, laat staan door de uitvoerende met sancties bedreigd worden. de leuze lijkt te luiden: “Als er dan toch meer en meer wetten gestemd worden, zorg ervoor dat gij bij het overtreden ervan niet gezien wordt.”. zó worden pietluttige verordeningen omzeild, en in hun spoor de verantwoorde gewettigde. onder de leuze “Laat, eventueel stiekem, vallen wat gij kwijt wilt zijn.” blijkt men aan zwerfvuil een lang leven te gunnen.

anderzijds zijn er onder en voor de mensen wat het geestelijk zwerfvuil betreft de den mens verheffende levenswoorden van GOD, “de tien geboden”. levenswoorden, die de waarheid, “goed”heid en schoonheid van het leven niet alleen beschermen, behoeden, maar ook bevorderen, den mens uit “het stof” van den platten grond OP tillen naar de hoogte van het geheim, dat in wezen GODS GEHEIM is. het geheim van een uit en in GODS Volmaaktheid hiér en nù nog on volmaakte volmaaktheid onderweg op weg naar de in den hemel VOLTOOIDE volmaaktheid. heiligheid. GODS “Wetten” zijn geen den mens vernederende dreigementen, maar wezen lijk “woorden ten leven/woorden van eeuwig leven”. zij huldigen het LICHT, verLichten en geven de duisternis geen kans. zij verhogen de geestelijke gaven van den mens op de wijze van: verfijnen van de gevoelens, verlichten van het verstand, verscherpen van de verbeelding (dichterlijkheid) en maken uit der aard den mens bekwaam om niet alleen de werkelijkheid te zien zó als zij is, maar  haar ook te beamen en er naar te leven. zij verinnerlijken den mens op de wijze van hem te leren (OP te voeden) zich niet aan uiterlijkheden vastteklampen, maar uit een verhoogd zichzelf te voelen, denken over en ver beelden. GODS levenswoorden omzeilen integendeel beschadigt het leven grondig, tot in zijn diepste diepte. waarvan de feiten legio zijn.

niet van buiten opgelegde wetten, maar gehoorzaamheid uit zichzelf aan den ingeschapen en uit der aard innerlijken drang naar reikhalzen naar waarheid, goedheid en schoonheid maken den mens bestand tegen én stof- én geestelijk zwerfvuil en bekwaam zijn omgeving te versieren met waarheid, goedheid en schoonheid. die drang is hem als teken van “goeden” geest door den Schepper meegegeven en helpt hem de bekoringen van den “bozen” geest te weerstaan en te overwinnen. hij is groter dan wat de mensen op grond van hun geestelijke gaven kunnen verwezenlijken. dit is: hij is bij GODS genade verhoogd en vergemakkelijkt het “schoon” houden van hun milieu. het “schoon” houden van de hun omgevende dingen is een teken van hun verlangen naar en bewerken van het “schoon” houden van het eigen geestelijk leven en dat van de anderen. dàt is het geheim en meteen de kracht van het “uit zichzelf/van binnen uit”. met als gevolg van dien: dat de opvoeding van klein en groot gericht moet zijn op OP voeden, het helpen VOL wassen van dat “uit zichzelf”, dat “van binnen uit”. wat inhoudt: dat de VOL gewassene vrij en vrolijk en te vreden gehoorzaamt niet alleen aan GODS levenswoorden, maar ook en daarop gegrond aan de wetten van de volkvertegenwoordigers, zó dat de politie in feite werk- en dus nutteloos zou zijn. en inderdaad: de VOL gewassene doet wat die wetten verordenen al lang vooraleer zij uitgevaardigd zijn. en met een onbevangen ongeremden argelozen glimlach. en uit zichzelf, van binnen uit, om die wetten glimlachend.

 

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005