|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Een mens kan er niet omheen: enerzijds wordt hij door omstandigheden in zijn leven tegen wil en dank gedwongen afstand te doen; anderzijds leert hij met schade en schande op een afstand te blijven. die dingen kwetsen zijn trots, zijn menswaardigheid-zó-als-hij-ze-ziet. en dat bemoeilijkt leven-zó-als-hij-het-ziet, zoniet verzuurt het. het doet hem “aarzelen”, met als gevolg van dien: zich aan den “prikkel” stoten. hij kan koppigdwars geen duim breed willen wijken, of wijs wordend ervan leren, den “goeden” kant ervan inzien en zijn leven gewillig, meer nog, gehoorzaam ernaar schikken.
in het leven van een mens komen veel omstandigheden voor die hem, als hij ze goed begrijpt, op een afstand doen blijven. gewoon op een afstand van op den weg voorbijrijdende auto’s, van agressieve of besmette mensen, van mensen die van jeruzalem naar jericho afdalen, van de vrouw van een ander, van de in grote warenhuizen uitgestalde goederen enz. enze. bovendien raden “wetten” dit hem niet alleen aan, maar bestraffen hem ook in geval van overtreding. dit betekent dat het hem aangeraden is zijn gezond verstand te gebruiken. maar er is meer. op een afstand blijven betekent bovendien respect voor de algemeen menselijke moraal, zich moreel verantwoord gedragen. er blijken de mensen voor alle mensen geldende morele wetten ingeschapen te zijn, die van hen eisen op een afstand te blijven, gewoon natuur lijke wetten, die in feite levenswetten, wetten ten leven blijken te zijn. “Gij zult niet doden. Eert vader en moeder. Respecteer de bezittingen van anderen in doen en zelfs gedachten.”. ten leven niet alleen voor den individuelen mens, maar ook voor alle mensen samen. wat inhoudt: er zijn, geheime lijk wonder lijk, in het verborgene, aan een mens algemeen geldende grenzen gesteld, heldere voorschriften gegeven, zó dat hij, ook al zou hij het kunnen, niet al wat hij begeert, zich inbeeldt, wil, mag doen. men kan ze bevragen, relativeren, zelfs in vraag stellen en onderuithalen, maar uiteindelijk niet “vergeten”, laat staan ze negeren. de ervaring leert: dat wie ze negeert niet alleen anderen beschadigt, maar ook zichzelf. en omgekeerd: dat wie zijn grenzen respecteert, niet alleen het leven van anderen bevordert, maar ook het eigen leven. bóven dien is er nog meer, het méér. het voor de mensen méér van GODS GEHEIM. ook als GOD Zich in “een brandend, maar tóch niet opbrandend braambos” hult om hen tot naderen te “verlokken”. mozes kreeg te horen “de sandalen uittedoen”. de bijbelse mens heeft ervaren dat GOD Zich alleen van achteren toont, als een zacht briesje voorbijkomt, en dat het goed is op een afstand te blijven. dit is: niet uit overmoed een toren te willen bouwen die tot in den hemel reikt. GOD hult Zijn GEHEIM in geloofsgeheimen, die uit hun aard gevoeligheden, rationeel denken en verbeelden aanmanen op een afstand te blijven op de wijze van in simplicitate cordis ongeremd en onbevangen naar ze luisteren, in ze geloven en ze volgen. op een afstand van het eigen geheim van een mens te zijn: klei, maar beAdemd, “een levend wezen” dat bij het bewerken van den tuin tot gehoorzaamheid aan GODS levenswoorden uitgenodigd wordt, inbegrepen. op een afstand blijven betekent: weerstaan aan de bekoring aan GOD gelijk te willen zijn en HEM uit der aard te “vergeten”, HEM bij het verwezenlijken van zijn “dromen” te negeren en het allemaal zélf te willen doen, de aarde te willen veroveren, het maken van een mens inbegrepen. op een afstand blijven is: zichzelf kennen en deemoedig aanvaarden zó als men is: tweedig, een schipper naast GOD. en precies dàt is het geheim van die, geheime lijk wonder lijk, op Uw woord, uit en in her innering door den Heiligen GEEST van al wat Ik u heb gezegd, GOD boven al beminnen, in HEM geloven en hun VOLLE vertrouwen op HEM vestigen. met als goeddoend gevolg van Dien: dat afstand doen voor hen niet alleen zinvol wordt, maar ook dat zij geen moeite ermee hebben.
gelovigen hebben op grond van hun geloven in de GODS GEHEIM onthullende geloofsgeheimen geen moeite met afstand doen van. zij zien het niet alleen als verborgen, maar ook als geborgen in GODS GEHEIM en uit dér aard als “goed” (“En God zag dat het goed was.”). hoezeer ook in de ogen der mensen hen beperkend, zo niet hun elan ver- en benauwend en hun menswaardigheid vernederend, als tóch goed, want in GODS ogen “goed”. geloven doet de dingen ànders zien, zó als zij wezen lijk zijn en verschijnen voor die zien met de ogen van GOD. een mens kan ter neer geslagen worden bij het constateren dat zo mooi ontluikende bloemen na min of meer korten tijd verwelken, dit is: aan het verderf worden prijsgegeven. te meer daar dit feit een teken in zich draagt en het afgeeft van het ontluiken en verwelken van ook de mensen. ook de mensen ontluiken lichaam en geest lijk, maar verwelken na min of meer korten tijd, zó dat het avontuur van de bloemen hen als zij intens aandachtig op aarde aanwezig zijn, ongenadig met de werkelijkheid van afstand doen confronteert. en tóch is er altijd weer het feit dat nieuwe bloemen altijd weer ontluiken, de aarde vermooien én, aan het adres van den geest in den mens, niet te miskennen tekens afgeven en hem opvoeden op de wijze van OP trekken, UIT leiden uit neerdrukkende gevoeligheden, on- en misverstand en misleidende inbeeldingen. afstand doend van, de rauwe feiten aanvaardend, maar gezien het door ze gegeven onderricht ze als het leven bevorderend interpreterend, overstijgt de mens de terreur van de materie en geeft hij een kans aan den geest in hem om zich van den platten grond aftezetten en naar de hoogte van het geheim te stijgen. den indruk wekken dat dit gedwongen afstand doen hem vernedert, is een listige strategie van “de stof”. in feite bevrijdt het afstand doen den mens van de listen van “de stof” en maakt het den geest in hem vrij voor “vliegen”: ongehinderd ongeremd onbevangen geestelijk leven. ascese. ballast overboord gooien om te kunnen stijgen naar de essentie. uit dér aard is dit den mens tot afstand doen “dwingen” van GOD geen teken van leedvermaak van een tiran, maar een oproep, uitnodiging en een kans geven tot zich veredelen, verrijken, vergroten, vermééren, tot worden wie hij in GODS ogen is. in feite tot hiér en nù VOL wassen in de richting van de VOLTOOIING waar op een afstand blijven én afstand doen voorgoed als “goed” beloond worden en afgeschaft. de “engel”-achtige geest zich tot engel (VOLheid van geest) ontpopt. zó is hiér en nù, op aarde, vrij en vrolijk en te vreden afstand doen ophemeling, hiér en nù al enigszins, zo niet grotendeels, ten hemel opgenomen worden. en uit der aard leven bevorderend.
geloofsgeheim, dat het “goed” zijn, en uit dér aard den VOLLEN zin van op een afstand blijven en afstand doen beLicht, den schijnbaar negatieven kant ervan doet verdwijnen en ze integreert in een onverdeeld onverpoosd ononderbroken verloop van ons bestaan hier op aarde van het begin tot het einde. in het Licht van de verrijzenis wordt de pijn van den door ons onwillekeurig gevoelden prik van den “angel” verzacht en remt zij niet langer bevrijd vrij, opgevrolijkt vreugdig en bevredigd te vreden leven.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
