|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
De ooievaar is een door de mensen geliefde vogel. in de zoo van plankendaal bouwt hij zijn nest, “baart” jongskens en loopt hij zomaar als het ware als speelgenoot der kinderen en de ouders aan hun geboorte herinnerend ongestoord onbevangen en onbezorgd tussen de bezoekers rond.
het woord ooievaar heeft filologen/etymologen speciaal geïntrigeerd en naar de oorspronkelijke betekenis ervan doen zoeken/gissen. het is zeker een germaans woord, in feite half nederduits (ode) en half latijn (vaar/baar verwant met ferre), met als betekenis: geluk-, rijkdom-, kleinood-, schatdrager. wat aanleiding geweest moet zijn om hem voortestellen als de drager van een pasgeboren kind en meteen van geluk, een kleinood, een schat. wat er ook van zij: de ooievaar bleek/blijkt een dichterlijk teken aftegeven, was en blijft door het nog “onbestoven”, met de natuur verbonden en ervan “lerend” volk als “geluk drager” gezien, als dusdanig gewaardeerd en in zijn traditie bewaard. bovendien was dit “beeld” een welgekomen, “moeilijkheden” omzeilende en in feite onschuldige, meer nog poëtische voorstelling om aan nog “onbestoven” kinderen uitteleggen waar de kinderen vandaan komen en meteen den aanleg voor het dichterlijke in hen te “bewaren” en bevorderen.
onze tijd is een on dichterlijke, zogezegd realistische, coole, zakelijke tijd, die uit dien aard afrekent met dan uitdrukkelijk als onwaarheid verkondigende voorgestelde fabeltjes, sprookjes, ficties, dichterlijkheid. dergelijke voorstellingen van de realiteit zijn niet langer ter zake en moeten de nieuwsgierige, met alle mogelijke technische snufjes geconfronteerde, verwende en “bestoven” kinderen-van-dezen-tijd bespaard blijven. het door de tekens in de dingen der natuur be tekend geheim van het leven wordt koel zakelijk naar den platten grond neergehaald, ver nederd, van zijn luister ontdaan en op wetenschappelijken grond tot wetenschap beperkt. tenzij het hypokriet in andere, vooral commercieel de “economie” bevorderende vormen bovengehaald wordt. zie de heisa rond sinterklaas en even later den kerstman, die het heilige in Sint-Nikolaas en Kerstmis gewoon verduisteren en van de toonbank vegen. zó heeft het heilig geheim van de geboorte van een kind, waarnaar de ooievaar verwijst, hetzelfde lot ondergaan en werden het door de geboorte van een kind aangebrachte geluk, de rijkdom, de weelde (kleinood/schat) ervan op de helling gezet, werd dat geboren worden door niet laten geboren worden (abortus) in nogal wat gevallen hardhandig belemmerd, het embrio als (nog) geen mens zijnde maar een het geluk van het individu verstorend “ongeluk” in de prullenmand gegooid en de geluk drager binnen het dierenrijk op zijn plaats gezet. de gloriedagen van zijn dichterlijkheid en meteen het teken dat hij afgeeft, zijn voor de weterschappers en technici voorgoed voorbij.
maar. en tóch. en zie: noch de glorie van het geheim van het leven, noch die van den dichterlijk als geluk brenger gezienen en gewaardeerden ooievaar is voorbij, want zij is onaanraakbaar, gaat niet voorbij, niet verloren en kan door het door een individualistische, rationalistische, liberale, overwegend materilistische wereld opgewaaide “stof” niet “bestoven” worden. het dichterlijke der dingen is geen platte, sentimentele en uit der aard vlug vervliegende romantiek, maar zit in het binnenste verborgen geborgen en blijft dichterlijken ontroeren, hun verstand tot “lezen” aanzetten en hun verbeelding tot zien en ver beelden der tekens. meer nog, méér: zien en ver beelden dàt en hoé die tekens met de toe gevoegde waarde van TEKEN zijn zijn verrijkt, vergroot, verméérd. de waarde van het TEKEN Dat de realiteit (in casu de geboorte van een kind) van den platten grond tilt op de hoogte van GODS GEHEIM en meteen het geheim van het leven GRONDT in de Werkelijkheid van GOD-met-ons (“Ik zal er zijn voor u.”; “God redt door Zijn Gezalfden”; “Hij zal u alles leren en in herinnering brengen wat Ik u heb gezegd.”). de glorie van het leven, van een beginnend kinderleven inbegrepen, is geborgen in GODS glorie. meteen verzekert zij den vrede van GOD, Die in den hemel is, onder de mensen, die op aarde zijn, den door het Kerstekind via elk pasgeboren kind niet alleen beloofd, maar ook bewerkten vrede.
Kerstmis door commercieel gedoe of een zoutloze romantiek naar beneden halen correspondeert met het naar beneden halen van de geboorte van een kind, betekent beide relativeren, van haar geheim ontdoen, zo niet haar verloederen door het kind niet te laten geboren worden. wie aan het kind raakt, raakt aan het leven, het eigen leven inbegrepen, banaliseert het tot een onbeschaamd plat profiteren ervan ten koste van. een kind mogen ontvangen, het verwachten, met omzichtige zorg dragen en uiteindelijk laten geboren worden (uit de handen geven, ter wereld brengen en het de kans geven in die wereld zichzelf te worden, te zijn en te blijven) grondt in een VOLheid van genade uit en in Zijn VOLHEID en be tekent het verlangen onbevangen aan het VOLtooien van Zijn schepping meeetewerken. en dàt is de diepe betekenis van het geheim van het “beeld” van den een kind aan huis brengenden ooievaar/geluk drager.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
