|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Ons is het aanschouwen van riethalmen aan den oever van het water gegeven. de egyptenaren kregen papyrus te zien, homeros wuivend riet, gezelle ruisend riet, en jezus, “kijkend naar en lettend op”, riethalmen aan den oever van den jordaan. riethalmen aanschouwen blijkt voor de mensen meer te zijn dan gewoon, in feite on aandachtig en uit der aard oppervlakkig, onverschillig eraan voorbijgaand zien. aanschouwen is het begin van schouwen: diep en ver zien, verder dan.
mattheûs heeft in 11/2-11 een merkwaardige “anecdote” opgetekend. jezus heeft johannes den doper aan den oever van den jordaan gezien, ja geschouwd, en liet Zich door hem dopen. wat inhield dat Hij de zending van johannes onderschreef, waardeerde en als “goed” bevestigde. Zijn gebaar was niet alleen een teken van beminnelijke menslievendheid, maar ook, en bóven dien, van erkenning van johannes’ voorloper, “de vóór Hem uitgezonden gezant” zijn en meteen meer dan een profeet, “groter dan de kinderen der vrouwen”. en van dit méér zijn, dat blijkbaar aan “de menigte” was ontgaan, heeft Hij een getuigenis afgelegd dat doorheen de geschiedenis blijvend voor alle mensen van kracht is. want wat zijn al die mensen eigenlijk gaan zien? waren zij zich van dat gezant zijn bewust, bewust van dat johannes (“Ik doop met water”) getuigend verwees naar “Die zal dopen met water en Geest”?
waren zij gaan zien naar “een riet dat door de wind wordt bewogen”? dàt beeld is in het geheugen en in de taal der mensen blijven leven en werken. johannes was geen door den wind naar alle kanten bewogen riethalm, en uit der aard bevestigt jezus johannes’ vastheid, die hij “toonde” door zijn levenswijze en die hij met den dood heeft betaald. jezus bevestigde met dit beeld dat johannes geen “passant” was, geen in zachte kleren uitgedoste praatjes of vlug voorbijgaande smaak maker, maar een voor altijd en overal helemale “vaste waarde”. een, zij het “ruw” (in de woestijn teruggetrokken, sprinkhanen en wilde honig etende, in een kamelenharen kleed geklede en bovendien hardhandig waarschuwende mens) overkomend voorbeeld van een “ziener”, profeet. zijn dopen be tekende zijn boodschap: “Bekeert u.”. want de bijl ligt al aan den voet van den boom. ligt, als wij ogen hebben om de tekens van den tijd te zien, aan den voet der hic et nunc stilaan (uit)stervende of in het wilde weg omgelegde bomen. en meteen aan den voet van het voor de dingen waarom het in de eerste plaats gaat, onverschillig eraan voorbijgaand hart.
dàt dichtte gezelle in zijn “o ’t Ruischen van het ranke riet”. hij opende het geheim van zijn een “arme, kranke, klagend riet” zijn op een kier door het laten oplichten van het teken in het ruischend riet en in het lied dat het zingt. enerzijds is een mens, als “vlees”, geestelijk geneigd te gelijken op een “door de wind bewogen riethalm”; en anderzijds blijkt hij, “door het klinkend goud geplaagd”, niet te luisteren naar, zo niet doof te zijn voor “uw zingende harmonij”, de tekens die de dingen der natuur afgeven. zó als johannes waaschuwt hij met van zijn leven doordrenkte woorden voor dit zich door den wind te laten bewegen, al weet hij ook dat de Schepper “het geknakte riet niet breekt”, het “op en neer laat klimmen” en dit bewegen verhoogt tot “zingen van het lieve lied” voor die, van geen mens gestoord, ernaar luisteren.
jezus verhelderde op dichterlijke wijze, het teken lezend en het ver beeldend, de boodschap doordat Hij de vastheid van johannes stelde tegenover “een riet dat door de wind wordt bewogen”, met elken wind meebeweegt. Hij zingt, met van Zijn leven doordrenkte woorden en daden., den lof van de vastheid, van de stabiliteit, en meteen den lof van “de profeet”: van die Mijn gezant is, de voorloper die den weg bereidt door een indringenden oproep tot bekering: “Bekeert u.”. het is de weg van uittocht uit het land van uien en vleespotten, doortocht door de woestijn en uiteindelijk intocht in “het beloofde land…dat overvloeit van melk en honig”. de profeet verwijst met zijn leven naar jezus’ stabiliteit (Hij kende geen aanzien des persoons.) waar Hij via den persoon van johannes, niet het door den wind bewogen “Men zegt u…”, maar de door den Vader bevestigde vastheid van “Ik zeg u…” stelde en promootte. dit is: de vastheid van het door “de profeten” gesproken Woord (“Godsspraak van Jahweh”) en het door “de leerlingen” opgetekend WOORD (“al wat Ik u heb gezegd”).
uit dér aard is het geheim van den in jezus gedoopten en van Hem doordrenkten christen (gekerstenden) de vastheid van een niet door elken wind bewogen riethalm, van den in kameelharen gekleden en zich met sprinkhanen en wilden honig voedenden woestijnbewoner.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
