|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Al twintig eeuwen lang werd het leven van mensen persoonlijk en publiek doordrenkt van in het eerste en tweede BOEK geopenbaarde inzichten in den zin van hun leven. zij hebben ze naar hùn wijze op hùn wijze den vorm gegeven van woorden en uitdrukkingen die, nóg altijd , niet van de lucht zijn en blijven getuigen van hun geloof in de geloofsgeheimen die zij “een naam geven”. het zijn woorden en uitdrukkingen die om aandacht, bezinning, ja zelfs schouwen vragen en als die geweigerd worden tóch blijken niet voorbij-, niet verloren te gaan.
zij zijn op grond van hun OORSPRONG zo rijk aan betekenis, dat zij niet alleen de onbevangen meewerking van de gebruikers ervan vragen, maar bovendien de hulp van den her innerenden GEEST (Helper). de bewondering waardige uitwisseling tussen beide resulteert in die met het hart erbij zijn, in een merkwaardige vreugdevolle bewogenheid van het gemoed, verhoging van het denken en zien van de tekens die zij afgeven, die onverpoosd onverdroten hun inzicht verrijken, vergroten, vermééren. zij spreken ze bewust uit, hun VOLLE betekenis niet alleen respecterend, maar ook verkondigend. zie bij voorbeeld het woord kerk, dat in het licht van zijn oorsprong, het grieks woord kuriakon, voluit opengaat, “het huis van de Heer” oproept en den gebruiker ervan bewust maakt dat dit gebouw midden onder ons (“De kerk in het midden houden”) geen gewoon (burgerlijk) gebouw is, maar de aanwezigheid van GOD onder ons be tekent en uit der aard naar een geloofsgeheim verwijst. zie de uitdrukking: “Als het God belieft.”. zij getuigt van het geloofsinzicht en de onbevangen vrij en vrolijke aanvaarding ervan dat het leven van de mensen, die (met alle gevolgen van dien) op aarde zijn, mede gedragen is door de beminnelijke menslievende aanwezigheid (Voorzienigheid) van GOD, die in den hemel is, en alle gevolgen van Dien. zó drukt de taal zelf -ook al heeft zij bij velen haar impact verloren- op overvloedige wijze den rijkdom van de geloofsgeheimen uit, en blijft zij dat doen in…who care and are lucky. de taal van de christenen is in wezen een àndere taal, die van “de Gallileeërs”, voor sommigen een vreemde, voor hen de “moedertaal”, de taal van “het huis van de Heer”, van de Kerk.
wat moeten de mensen die in én van de wereld zijn, “aards” op aarde, met “Dies natalis” aanvangen? In in diegenen die in maar niet van de wereld zijn, gaat deze uitdrukking open. zij worden geheime lijk wonder lijk, op Uw woord, wezen lijk, van boven tot onder, voluit, verrijkt, vergroot, verméérd met een Inzicht in hun bestaan op aarde op grond van een door “het Licht der mensen” geopend Uitzicht op den hemel. zij noemen den dag van hun dood den dag van hun geboorte. dit is: zij keren het leven op zijn kop: het oude einde is geen einde, maar een nieuw begin. op het moment dat zij sterven worden zij opnieuw geboren. geloofsgeheim.
dit geheim druist in die in én van de wereld zijn, dit is hun bestaan beperken tot leven op aarde, tegen hun gevoeligheden, ideeën en inbeeldingen in. “Dat kàn niet. Is absurd. Kan niet gehoord, gezien, getast worden en uit der aard niet bestudeerd, geverifieerd en bewezen, en bestaat dus niet.”. in feite zweren zij, on-, onder- of bewust, bij de materie, geloven zij niet in (geest lijke) geloofsgeheimen, die door GOD in tekens aan de mensen geopenbaard zijn en verwerpen zij wat het natuur lijk gemoed, natuur lijk verstand en natuur lijke verbeelding boven natuurlijk te boven gaat. zij weigeren het bestaan te erkennen van “de dingen van God”: een realiteit die te horen, te zien en te tasten is op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond, uit haar aard niet rationeel onderzocht, geverifieerd en bewezen kan, maar geloofd moet worden. het is de realiteit van het “eeuwig leven”, dat geborgen is in GOD, Die in den hemel is, en aan de mensen, die op aarde zijn, van in het BEGIN tot in het UITEINDE niet alleen beloofd is maar ook geschonken wordt. de ons verstand verbazende, zo niet verbijsterende, maar als het verhoogd wordt tóch boeiende realiteit van: dat wat sterfelijk, en uit der aard vergankelijk is, uiteindelijk onsterfelijk, onvergankelijk is, “van eeuwig leven”. voor die niet geloven is de dood het einde; is begraven worden uiteindelijk vergeten worden en blijft er niets over. wat zij trachten te verdoezelen door dat ultieme moment te begraven onder een overvloed aan tranen, uiterlijke praal en pracht van bloemen, die helaas verwelken, en woorden, die helaas vervliegen. het is de leegte van het volle graf, dat met den tijd verdwijnt om plaats te maken voor andere of voor iets anders.. een doodsbericht in een krant vermeldde de vele titels van den overleden man en eindigde met: “La vie continue.”, een Uitzichtloos uitzicht.
heel ànders de levensvisie en levenservaring van die in, maar niet van de wereld zijn, die hun bestaan op aarde zien en beleven in het Licht van hun BEGIN in GOD, hun leven op aarde in GOD en hun UITEINDE in GOD. de gelukkigen (“Zalig die…”), in wie de geloofsgeheimen stap voor stap en voetje voor voetje opklaren, die erin geloven en er naar leven. hun levensinzicht wordt tot Inzicht verhoogd (Opgetrokken) en met Uitzicht op het eeuwig leven verrijkt, vergroot, verméérd. hoe onzinnig het ook moge lijken, hoe onbewijsbaar, onverifieerbaar en onverklaarbaar het ook is, maar, en tóch, en zie: zij geloven met den moed van de hoop en door de liefde gedragen dat de dag van hun dood hun echte geboortedag is: de dag dien de Heer heeft gemaakt, de dag van hun verrijzenis. met alle gevolgen van Dien: “Kann keine Trauer sein.”; “Alle tranen worden weggewist.”. hun begrafenis mag worden “gevierd” met een eucharistieviering: herdenking (memory: “Doe dit om Mij niet te vergeten.”) van jezus’ dood en verrijzenis en meteen verwijzing naar hun verrijzenis. natuur lijk zijn er tranen, en terecht. maar bóven natuur lijk is er het geloofsgeheim van de verrijzenis, van “opdat gij zoudt zijn waar Ik ben, van het eeuwig leven op de wijze van terugkeer naar GOD van “die uit God zijn geboren”. de gelukkigen zijn de zaligen van de bergrede: zij wenen om de harde realiteit van het materiële sterven (“tot stof terugkeren”), maar worden getroost doordat zij geloven in de verrijzenis (“de geestelijke wedergeboorte”). en zó doende getuigen zij van de realiteit der geloofsgeheimen, die schitterende vonken van GODS GEHEIM zijn en Hem aan ons openbaren.
het geloof in GOD en meteen in de geloofsgeheimen, eerstegeboorterecht der mensen op aarde, onbezonnen en hoé dan ook prijsgeven voor de verlokkingen der “aarde” betekent abdicatie, troonafstand: den “goeden” geest (het engel-achtige) uitdrijven en den “bozen” (het beest-achtige) invoeren. het betekent het (“hemels”) leven verliezen waar men denkt het (“aardse”) te winnen; een fatale dwaasheid waar men denkt wijs te zijn. het wordt, hiér en nù, be tekend door de ontkerstening, die zich onder andere toont in de mening over en de houding tegenover “het uur van onze dood” (ongeloof in “het eeuwig leven”) en, als gevolg van dien, de wijzen waarop het ontzielde lichaam “aan de aarde wordt toevertrouwd”. geloven in en vieren van den dies natalis wordt meewarig weggewuifd, zo niet cynisch weggehoond. zie het gemak waarmee men het geloofsgeheim van “in Hem was het leven.” als onzin verwerpt en als gevolg van dien ongeboren kinderen niet laat geboren worden en terminalen uit den weg ruimt.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
