Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Zwanezang 26/8/2007 - 24/5/2008

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

9-2-2008               De bekoring overwinnen

 

Het behoort tot het leven van de mensen dat zij vrij zijn, kunnen kiezen tussen wat “goed” en wat “kwaad” is, en uit der aard bekoord kunnen worden. dit is “verleidt” om het “kwade” te kiezen.

“goed” en “kwaad” zijn van in den beginne onder de mensen aanwezig als het voorrecht van GOD, den VADER SCHEPPER, in het scheppingsverhaal voorgesteld als “de boom die in het midden van de tuin staat,",  waarvan de vrouw al opgemerkt had hoe goed die boom was om ervan te eten, hoe hij een lust was voor de ogen en hoe verleidelijk wanneer men inzicht wil krijgen en waarvan adam en eva niet mogen eten, want anders zouden zij sterven”. wat dit betekent staat in Gen. .3/1-7 op een schitterende dichterlijke wijze ge-/beschreven en kreeg als titel: de zondeval van adam en eva. de anecdote is een schitterend voorbeeld van bekoring, bergt alle facetten ervan in zich en geeft zich alleen prijs aan dichterlijke, schouwende lezers.

er is een boom die in het midden van den tuin staat, uit dér aard grondig van alle andere bomen in den tuin verschilt, aan GOD is voorbehouden en waarvan de mens niet mag eten. dit feit is het GEHEIM van GOD en voor den mens een geloofsgeheim, een voorwerp van in GODS woord geloven, "niet zien en tóch geloven". dat houdt in dat de mens, hoewel "op Ons gelijkend", niet gelijk is aan GOD (Quis ut Deus!), maar aan Zijn geboden/levenswoorden hoort te gehoorzamen. dit gehoorzamen betekent leven; niet gehoorzamen betekent sterven. GOD is de meester van leven en dood; de mens bestaat op leven en dood; leven en dood situeren zich binnen het geestelijk  principe in den mens (GODS Levensadem), over het stoflijke (stof van de aarde genomen  heen.. dàt is de kern van de zaak: het gaat om al dan niet gehoorzamen en situeert de bekoring als verleiding tot niet gehoorzamen: niet luisteren naar GOD, niet in Hem geloven, Hem niet volgen.

de mens hoort, ziet en tast de vruchten van den boom als goed, een lust voor de ogen en verleidelijk wanneer men inzicht wil verkrijgen omdat hij lichamelijke en geestelijke vermogens heeft gekregen die dit horen, zien en tasten mogelijk maken: gevoeligheid voor, denken over, verbeelden van, én de vrijheid tot vrij zijn, aan de verleiding tot eigenwillige ongehoorzaamheid te weerstaan en vrij en vrolijk en te vreden aan GODS levenswoord te gehoorzamen, in feite "naar Hem te luisteren", "in Mij te geloven", "Mij te volgen". in feite is de vrijheid tot kiezen van den mens, gezien zijn OORSPRONG, een onvrijblijvende vrijheid. nu is er blijkbaar in den mens een drang naar een ander vrij zijn, een vrijblijvend vrij zijn, een vrij zijn zó als hij het ziet. een verlangen naar los bandigheid, on gebondenheid, niét dienen ("Non serviam!"), een onvoorwaardelijke zelfstandigheid en meester zijn van zichzelf en de dingen. doen wat men wil op grond van de leuze: "Wat kan, mag!". het wezen van deze houding is: verleiding, bekoring. bekoring, die zich situeert in: "be proeving" door GOD, Die in den hemel is, van den mens, die op aarde is. "be proeving", die hem door GOD beminnelijk menslievend opgelegd is om zijn gehoorzaamheid te tonen, te tonen wie hij is. de mens is binnen de schepping het wezen dat zijn menselijke conditie kan voelen, overdenken en de tekens die zij afgeeft zien en ver beelden, ze vanuit een juist inzicht erin aanvaarden, bevestigenen en zó doende vanuit dit  juist inzicht erin beleven zó als het hem hoort. dit is: de "be proeving" niet alleen juist zien, maar ook aanvaarden, bevestigen én doorstaan. de hem ingeschapen gevoeligheden, zijn vermogen tot denken over, verbeelden van en bovendien zijn vrijheid tot kiezen, maken zijn waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde uit en maken het hem mogelijk te tonen wie hij is: beADEMde klei, "op ONS gelijkend". vanuit de visie van GOD blijkt de bekoring een soort mal nécessaire te zijn, een uitdaging ten leven.

de uiteenwerper ("de boze geest") blijkt dit te gebruiken om het te perverteren, om te draaien. zie jezus' bekoring in de woestijn. het perverse van "de boze geest" toont zich waar hij (sluw) het ene Woord van GOD tegen het andere uitspeelt om zó doende GOD, en meteen jezus, te verdelen, uiteentewerpen, op het verkeerde been te zetten. in Genesis heeft hij zich vermomd in de gedaante van een slang, "het sluwste van alle dieren in het wild". hij pakt de vrouw aan, van wie hij wist dat zij de vruchten van den boom goed vond, een lust voor de ogen. hij is een meester in psychologie, speelt in op de menselijke conditie en perverteert de "be proeving" in het eigen voordeel zoeken ("inzicht krijgen"), in ongeloof in GOD en in uitdaging tot ongehoorzaamheid. waarbij hij GOD als een bedrieger voostelt en een veeg uit de pan geeft: "Maar God weet dat uw ogen zullen opengaan als gij daarvan eet en dat gij gelijk aan God zult worden door de kennis van goed en kwaad" (waarin -zie: "Kennis is macht."- het meester ervan zijn begrepen is). zó wil hij den Schepper en zijn schepsel uiteenwerpen en meteen den mens innerlijk verdelen/splijten. het duivelse van deze bekoring is dat de aartsleugenaar GOD als een leugenaar voorstelt, als oorzaak van het den (onschuldigen) mens aangedane kwaad. GOD wil absoluut vermijden dat de mens aan Hem gelijk wordt, "houdt den mens dom en maakt hem maar iets wijs.".

de bekoring/verleiding is de tegenpool van de "be proeving", de pervertering ervan. "de boze geest" bekoort de mensen, niet GOD. dat mensen bekoord worden heeft iets te maken met "de sluwheid van de slang". "de boze geest" is in zichzelf verdeeld ("Ik zal niet dienen!"), in zichzelf uiteengeworpen, een uiteenwerper die leeft van uiteenwerpen, een door zichzelf bezetene die de mensen wil "bezetten" en zich van hen meester maken. uit dér aard is de neiging in den mens tot ongehoorzzamheid ("niét dienen") mede bevorderd door het werken van "den bozen geest", die die neiging op sluwe manier aanwakkert en "de zwakheid van het vlees" uitbuit om den mens tot zonde te verleiden. geloofsgeheim, dat wezen lijk GODS GEHEIM is en in zich bevat het voo den mens onbegrijpelijke dat GOD dit werken van den duivel toelaat. Hij draait het om, zó dat het een onderdeel van de "be proeving" wordt. zó doende ont kracht GOD de macht van den duivel. wat jezus hoor-, zicht- en tastbaar voorgehouden heeft waar Hij na een veertigdaags verblijf in de woestijn den strijd met den engel des verderfs aanging en hem met lege handen deed afdruipen.

de bekoring overwinnen betekent in feite den "bozen" geest, die van "den bozen geest" is, uitdrijven  ("Toen verliet Hem de duivel, en zie: engelen naderden en dienden Hem." /Matt. 4/11) en meteen "den engel/  "goeden" geest, die van GODS Heiligen GEEST is, invoeren en bevorderen. precies dàt is de "be proeving" doorstaan en beloond worden met wegkwijnen van "bozen" en aangroei van "goeden" geest. uit dér aard is de bekoring, goed begrepen, constructief. goed begrepen betekent: zij mag, on bezonnen en on wijs, niet gezocht worden, maar moet als zij zich aandient, wat in een mens onvermijdelijk gebeurt, aanvaard en bestreden worden, "uitgedreven". dàt is het reëel realisme, dat door jezus aan de mensen voorgehouden werd toen Hij na een verblijf van veertig dagen in de woestijn het gevecht met den engel des verderfs aanging en hem met lege handen deed afdruipen en dat Hij de mensen onverpoosd onverdroten blijft voorhouden. een realisme dat mede de waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde van den mens niet alleen "toont", maar ook Grondt. Grondt in het GEHEIM van GOD, dat óns ter bevrijding, opvrolijking en be vrediging én in het eerste én in het tweede BOEK als een geloofsgeheim te "lezen", te schouwen en te beleven aangeboden wordt.

 

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005