|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Dat een kind soms in den schoot van de moeder sterft en dood geboren wordt (een "misval"), is een binnen de gewone feiten ongewoon feit; dat kinderen "afgedreven" worden en men ze niet laat geboren worden, komt vaker voort en wordt door velen als de normaalste zaak ter wereld beschouwd. in beide gevallen is de vrucht niet voldragen geworden en werd ze "dood geboren". vader droeg zusje in een houten kistje naar het kerkhof; om moeder te sparen (zij had jongens, en dit was een meisje) werd er haast niet over haar gesproken.
geboren kinderen krijgen een naam en meteen een identiteit, worden onder de levenden geregistreerd en uit der aard in hun bestaan bevestigd. de door mensen gegeven naam betekent meer dan een label op een fles ter herinnering van den inhoud ervan. hij bevestigt het bestaan op aarde van de genoemden, betekent iets (Johannes: geschenk van God), wordt zelfs door sommigen als een voorteken beschouwd (Nomen sit omen.), is belangrijk (handtekening), wordt normaliter met respect uitgesproken en zelfs tot een liefkozing (Geertje) verhoogd. hij is "een goede naam", en in feite, als men dit "goede" niet om de een of andere reden in een "kwade reputatie om buigt, onaantastbaar.
dit noemen/een naam geven is in de Schrift vermeld: "Toen vormde Jahweh God uit klei alle dieren op het land en alle vogels in de lucht en voerde ze naar de mens om te zien hoe hij ze zou noemen; want zoals de mens elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten. De mens gaf dan namen aan alle tamme dieren ...; Toen sprak de mens: Deze is eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees. Mannin zal zij heten." (Gen. 2/19-20 + 23). daaruit is afteleiden dat GODS scheppen in wezen een naam geven en meteen een identiteit aan al dat leeft was. is aftelezen dat GOD den mens inspireert om zó als Hij namen te geven niet alleen aan elk levend wezen, maar ook, en bóven dien, zó als Hij aan mensen een naam (Abraham, Johannes, Jezus, Petrus, Paulus) geeft, aan mensen. wat de mensen, al dringt de ernst en de diepe betekenis ervan niet altijd door, tóch begrepen hebben. zij geven namen: doop-, toe- en bijnamen. somiigen scheld- en anderen bijbelse namen.
een naam geven betekent achter het leven staan, het leven als "goed" niet alleen aanvaarden, maar ook bevestigen en bevorderen. en meteen den OORSPRONG lijken Schepper ervan dankbaar gedenken. daarom was het jammer dat zusje geen naam gekregen heeft, noch de twee doodgeboren broertjes die marie-rose en françois moesten afgeven. het blijkt een toenmalige dorpsgewoonte geweest te zijn. anderzijds kreeg hiér en nù van mama en papa FRAN.een naam. dit laatste "toont" de aanwezigheid van een besef dat dit doodgeboren kind in feite en naar zijn wijze op zijn wijze lééft. die mama en papa willen dit léven/bestaan bevestigen, "in leven houden". deze drie van dichtbij meegemaakte gevallen geven eerlijk intellectueel te denken over en zijn zelfs een aanleiding om dit denken te "verhogen", op de hoogte van het geheim van het leven, dat in feite GODS GEHEIM is ("Het leven is, het leven: Gods geheimenis."), te tillen.
het doodgeboren kind is niet dood. GOD heeft het gedacht, ontworpen en via mensen gemaakt, een naam gegeven en dien in den palm van Zijn hand geschreven. het leeft niet alleen in de herinnering van mensen, maar ook in den hemel. geloofsgeheim, dat de pijn van de mensen verzacht, en waarin bóven dien een in de Schrift geGronde theologische betekenis oplicht: dit kind is vanaf zijn ontvangenis een eerst door GOD, Die in den hemel is, gedachte/geplande en dan door ouders, die op aarde zijn, gemaakte mens, en uit dér aard opgenomen in het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van "aarde" en "HEMEL". het is vanaf zijn ontvangenis op aarde al verrijkt, vergroot, verméérd met het, wellicht bij de ouders al aanwezige, Uitzicht op den hemel. geheim, dat van GODS GEHEIM is, en uit der aard voor de mensen een geloofsgeheim. zus lééft, de broertjes léven, fran lééft...in den hemel, "zijn waar Ik ben.". daarom is het hoogst en diepst zinvol het kindje hier op aarde al naar het voorbeeld van GOD in den hemel een naam te geven en zó doende voor het leven van elk ontvangen kind uittekomen.
in dàt perspectief past het geval van kindjes die men niet laat geboren worden, uit den moederschoot verwijdert, afstoot en eventueel wegwerpt. hoe men het ook anders voelt, anders erover denkt en anders erover spreekt, wat men er ook mee doet: zij léven en blijven, bepaalde menselijke subjectieve gevoeligheden, door elken wind bewogen ideologieën en niet op feiten gebaseerde fantasietjes ten spijt, leven, eeuwig leven op de wijze die GOD voor hen heeft bedacht. geloofsgeheim en VASTE grond van de cultuur van het leven tegen de cultuur van den dood in.
de tijdelijk in den moederschoot ontvangen zusjes en broertjes zijn voor eeuwig opgenomen "in de schoot van Abraham", den vader van het geloof; "zijn waar Ik ben" voor die "naar Hem luisteren", "in Mij geloven, "Mij volgen".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
