|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Als sint- augustinus mediteert over een woord van den psalmist waar die het heeft over opgaan naar jeruzalem, stelt hij de vraag: "Waarheen?". is het opgaan naar de zon, de maan, de sterren, die in zijn ogen hoe hoog ook tóch zó als het aardse jeruzalem van beneden, van "de aarde" zijn.? de psalmen behoren tot "wat er geschreven staat", zijn uit dér aard uitdrukking van ervaring van een àndere, "HEMELSE", werkelijkheid en moeten ànders gelezen worden.
jeruzalem was de op den heiligen berg gelegen heilige stad van het volk van GOD, de plaats van den tempel, het huis van JAHWEH. mogen opgaan naar die stad betekende voor den pelgrim vervulling van een droom en meteen vervuld worden van een grote vreugde. "Introïbo ad altare Dei, ad Deum Qui laetificat juventutem meam!". het hoor-, zicht- en tastbaar huis van den HEER was de natuur lijke plaats op aarde voor de geestelijke aanwezigheid van GOD, Die in den hemel is. het geeft een teken af van het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van "aarde" en "HEMEL" en richt het hart, het verstand en de verbeelding naar Diengenen Die al het zintuiglijke overtreft. het geheim van "wat er geschreven staat", in casu den gecontempleerden psalm, is dat er méér staat, meer dan wat ons op het eerste gezicht door onze zintuigen waartenemen gegeven wordt en dat zich alleen op een tweede gezicht "toont". het is in feite een geloofsgeheim, dat zich in dichterlijke/mystieke vormen hult en zich alleen aan voor het dichterlijke/mystieke gevoelige gelovenden prijsgeeft. den psalmist én augustinus inbegrepen. beiden zien in de verte "het wonder schouwspel van een brandend en tóch niet opbrandend braambos", worden erdoor geboeid en overstijgen zó als mozes geheime lijk wonder lijk de louter menselijke wijze van benadering doordat zij "hun kudde achterlaten en naderen om scherper toetekijken". zij horen een Stem die hen bij naam, de plaats heilige grond noemt en hen aanmaant de sandalen uit te doen.
den psalm schouwend (biddend) lezend, gaat augustinus van het "stof" lijke jeruzalem over naar "het eeuwige Jeruzalem", het uiteindelijk "Huis van de Heer". de vreugde om het opgaan naar jeruzalem wordt, met een knipoog naar sint-paulus' "Cupio dissolvi et esse cum Christo.", verméérd tot OPgaan naar het hemelse, eeuwige Jeruzalem. het inzicht in den zin van het leven op aarde wordt voor gelovenden verrijkt met Uitzicht op den hemel, en uit der aard van gedaante verànderd. leven op aarde wordt be tekend als "van vreugde vervuld OP gaan naar het eeuwige Jeruzalem, het Huis van de HEER". wat door de eeuwen heen als een pelgrimstocht, een onderweg zijn naar werd voorgesteld. zakelijke, op de eerste plaats, zo niet den hemel uit sluitende, mensen "vergeten" dat die tocht der gelovenden het aardse niet uitsluit, maar veeleer veronderstelt, en stellen hem voor als een verraad aan de aarde en meteen aan de menswaardigheid van den mens. maar, en tóch, en zie: precies dit on-, onder- of bewust opgaan naar Jeruzalem bevestigt en bevordert de waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde van den mens en meteen de waarde van zijn opgaan naar jeruzalem.
ook als iemand de psalmen van den psalmist en de geschriften van sint-augustinus "literair", als waardevolle culturele verworvenheden, waardeert, ontgaat hem de essentie ervan als hij om de een of andere reden hun verhoogde waarde niet ziet, niet erom geeft, in feite niet erin gelooft en niet naar ze luistert. de psalmen zijn "een schat in een aarden pot" en lonen de moeite den pot te breken om den schat te ontdekken..
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
