|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Jezus werd door een rijk man, uit Arimatea afkomstig en Jozef genaamd, van het kruis afgenomen, in een rein lijnwaad gewikkeld en in zijn eigen, nieuw graf gelegd dat hij in de rots had uitgehouwen. het graf werd gesloten doordat een grote steen vóór den ingang werd gerold (Matt. 27/57-60). "Maria Magdalena en de andere Maria waren daarbij tegenwoordig en zaten tegenover het graf. (61). zij hebben dat gezien. hebben met eigen ogen. den grote steen gezien, teken van het definitief feit van het graf, van meteen de lichamelijk afwezigheid van jezus en zijn openbaar leven. teken van het einde van hun door de geestelijke leiders en schriftgeleerden meedogenloos stukgeslagen "droom": " dat Hij het was die komen moest".
begin van een complete duisternis in de vrouwen én "de leerlingen", want in haar én hen was "Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem weer opbouwen." nog niet her innerd. verrijzen werd gewoon niet voor mogelijk geacht en dus niet verwacht. een duisternis, die tot op den dag van vandaag in diegenen die dat "weer opbouwen" zó als jezus' toehoorders niet begrijpen, is blijven hangen. onomstootbare ervaring leert immers dat nog nooit een dode uit zijn graf is opgestaan, dat dus uit het graf opstaan gewoon niet kàn en dat dàt ("zó iets") geloven onzin is. de voor jezus' volgelingen pijnlijke realiteit (zie: de Emmaüsgangers) van goede vrijdag bleek tot na den stillen zaterdag het pleit te winnen. jezus is dood én begraven.
dergelijke ervaringen zijn altijd in en onder de mensen schering en inslag geweest, en zijn het nog. het is uit. het is voorbij. "La vie continue.". het heeft geen zin nog langer in jeruzalem en bij "de leerlingen" te blijven. wij gaan naar huis, terug naar het ons vertrouwde emmaüs. het is gewoon, geen wanhoop maar eerlijk realisme. zó als niet in de verrijzenis van jezus, noch in de eigene geloven gewoon intellectuele eerlijkheid is.
maar. en tóch. en zie. deze aan de Schrift eigen en een àndere werkelijkheid suggererende uitdrukkingen blijken het bij nader toezien niet te begeven en blijven hun geheim zinnige betekenis doorheen de tijden onbestoven "bewaren". ja, maar. ja, en tóch. ja, en zie. wat zich op het eerste gezicht aan onze zintuigen voordoet ("een brandend braambos"), blijkt op het tweede gezicht ànders te zijn ("en toch niet opbrandend"). wat, als men tenminste echt rede lijk eerlijk wil zijn, zó als die vrouwen en "de leerlingen" ànders, anders dan de opperpriesters, schriftgeleerden en farizeeën en anders dan bij de rede zwerende rationalisten, met het hart bij Hem is, met open oren, open ogen en fijnvoelende vingertoppen tegenover jezus staat, open doet staan en ontvankelijk zijn voor het woord van den engel: "want niets is onmogelijk bij God." (Luc. 1/37). niets in den hemel, niets op aarde. voor GOD, Die in den hemel is, wordt wat voor de mensen, die op aarde zijn, onmogelijk is, mogelijk. het de aandacht trekkend brandend braambos blijkt voor die naderen om scherper toetekijken, niet optebranden. het is een beeld van de dichterlijkheid der dingen, die op dat tweede gezicht meer blijken te zijn dan zij zich op het eerste gezicht aan ons voordoen. de dingen der aarde geven tekens af die de aandacht van de materie afleiden naar den geest toe. meer nog: tekens-met-TEKENwaarde, die via den geest over den geest heen naar GODS GEEST verwijzen.
de vrouwen die met eigen ogen het gesloten graf als een teken van het einde hadden gezien, "kwamen bij het aanbreken van de eerste dag der week het graf bezoeken". in feite kwamen zij het lichaam van jezus balsemen ten teken dat zij Hem wilden "bewaren", bij zich houden. zij constateerden dat de steen was weggerold. het graf was leeg. zij waren ontsteld omdat zij dachten dat men Hem had weggenomen ("omdat men mijn Heer heeft weggenomen en ik niet weet waar men Hem heeft neergelegd." /Joh.. 20/2). en zie: er brak een hevige aardbeving los en een engel des Heren ("zijn aangezicht was als de bliksem"), die van den hemel was neergedaald, rolde den steen weg. "Hij sprak tot de vrouwen: Vreest niet, want ik weet dat gij Jezus zoekt, de gekruisigde. Hij is niet hier, want Hij is verrezen zoals Hij gezegd heeft. Komt en ziet de plaats waar Hij was neergelegd." (Matt. 28/1+5-6). zij kenden het graf heel goed, en nù was het leeg. dàt was het eerste teken van den de wachters en de vrouwen vrees aanjagenden omme keer. de wachters sidderden voor den engel en "werden -terwille van zijn gezicht als een bliksem- als doden"; maar de vrouwen werden "vervuld van een grote vreugde", zodat zij naar de leerlingen snelden om hun de haar door den engel gebrachte tijding ("Hij is niet hier, want Hij is verrezen.") te brengen.
het lege graf was -niet een teken van grafschending, maar- een teken-met-TEKENwaarde, waarvan de hoge en diepe, lange en brede betekenis door de daaropvolgende "verschijningen" van jezus bevestigd werd. jezus had den dood overwonnen op de wijze dat zelfs een uit de rots gehouwen graf Hém niet kon vasthouden, Hij plots als een tuinman bij maria magdalena stond, Hij plots bij de leerlingen was "hoewel de deuren gesloten waren", Hij zich plots als medereiziger bij de leerlingen van emmaüs aansloot, Hij als een man aan den oever de vissende leerlingen opwachtte en "met hen at". Hij was definitief "van gedaante veranderd"/verheerlijkt. bovendien bevestigt dit TEKEN doorheen de tijden dat uiteindelijk UITEINDE lijk geen enkel graf de doden kan vasthouden omdat zij met Hem verrijzen. een de wereld schokkend ("hevige aardbeving, bliksem") feit, dat de wachters doet sidderen en de vrouwen van een grote vreugde vervult.
het lege graf is het door GOD aan de mensen naar hùn wijze op hùn wijze gegeven TEKEN van den ons verstand verbazenden, zo niet verbijsterenden maar uiteindelijk boeienden ("van grote vreugde vervullenden) radicalen "omme keer" van de duisternis in onze humeurige gevoeligheden voor, wankele en wisselende ideeën over en niet op feiten gegronde fantasietjes wat de Werkelijkheid betreft, in een in de "verschijningen" verschijnend stralend licht. jezus is méér, meer dan de doodbare mens van nazareth. door Zijn verrijzenis is Hij verheerlijkt en bevestigt Hij Zijn GOD de ZOON zijn ("Ware God uit de ware God"), de GEZALFDE (CHRISTUS). met àlle gevolgen van DIEN voor het leven van de mensen. namelijk: Hij leeft om voor de mensen het leven te zijn ("In wat bestond was Hij het leven en het Leven was het licht der mensen." /Joh. 1,4); door hun gevoeligheden, gedachten over en verbeeldingen te verlichten verheerlijkt Hij hen naar hùn wijze op hùn wijze; Hij maakt het onmogelijke mogelijk, "wist alle tranen weg" en vervult de bedroefden van een grote vreugde, vrijheid en vrede inbegrepen. geloofsgeheim, dat een vonk van GODS GEHEIM is. ALLES. "Hij is verrezen." is ALLES voor de mensen; is voor die "in Mij geloven" het fundamenteel geloofsgeheim, dat hen verrijkt, vergroot, verméérd met Uitzicht op den hemel, het "eeuwig léven". waarvan het "lege" graf het teken is.
door Zijn verrijzenis deed jezus wat de leerlingen "hadden gehoord, gezien, met eigen ogen mochten aanschouwen en met de handen tasten betreffende het Woord des Levens" uit het graf van de hen overvallende duisternis opstaan. al wat Hij tijdens Zijn openbaar leven had gezegd en de tekens die Hij had gedaan helderden in het licht van Zijn verrijzenis op en bleek inderdaad de Waarheid te zijn, de Weg en het Leven. zó verànderde Hij hun verdriet ("Verdrietig bleven zij staan; en..." /Luc. 24/17) in een grote vreugde ("De leerlingen verheugden zich bij het zien van de Heer."/ Joh. 20,20). de Paasvreugde van toén, die het begin werd van de Paasvreugde tot op den dag van vandaag. niet Hij ("Zij werden van schrik bevangen en meenden een geest te zien." /Luc. 24,37) was een "spook", maar de toenmalige duisternis terwille van jezus' lijden en dood. die Paasvreugde-mét-Paasvrede is geen "spook", maar de VOLheid van jezus' vreugde, die Hij hun gaf ("Vrede zij u. Mijn vrede geef Ik u.") en die hen vervulde. die Hij óns geeft en ons, if we care and are lucky, dit is: "naar Hem luisteren, in Mij geloven en Mij volgen" vervult.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
